Geen vrijstelling saneringsplicht na verstrenging beoordelingskader

Wanneer voor een verontreinigingsparameter het toetsingskader verstrengt, zal OVAM na een overdracht geen vrijstelling van saneringsplicht (meer) verlenen aan de nieuwe eigenaar. Een voorbeeld is de verstrenging van het beoordelingskader voor verontreinigingen met lood. De nieuwe eigenaar was ofwel op de hoogte of behoorde op de hoogte te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik dat hij eigenaar werd van de grond.
Argumentatie:
- een bodemverontreiniging werd in een bodemonderzoek vastgesteld vóór de overdracht van de grond;
- de OVAM besliste op basis van het op dat moment geldende beoordelingskader dat voor deze verontreiniging ‘geen verdere maatregelen’ vereist zijn conform het Bodemdecreet;
- het terrein wordt overgedragen van eigenaar A naar eigenaar B;
- naar aanleiding van nieuwe inzichten rond de toxicologie en dus de gezondheidsrisico’s van de verontreinigende stof wordt het toetsingskader voor deze stof bijgestuurd (verstrengd);
- een nieuw oriënterend bodemonderzoek is vereist, bv. naar aanleiding van een nieuwe overdracht van het terrein door de eigenaar B; de bodemsaneringsdeskundige gebruikt het nieuwe beoordelingskader voor deze stof en komt tot de conclusie dat ‘verdere maatregelen’ nodig zijn;
- OVAM beslist naar aanleiding van deze beleidsmatige of wettelijke verstrenging van het toetsingskader voor de verontreinigingsparameter dat verdere maatregelen vereist zijn voor deze verontreiniging conform het Bodemdecreet;
- er is een saneringsplicht voor de eigenaar B;
- eigenaar B voldoet voor de betreffende bodemverontreiniging niet aan de vrijstellingsvoorwaarden voor de saneringsplicht, omdat hij niet voldoet aan de kennisvereiste.
Een voorbeeld van de verstrenging van een toetsingskader is de wijziging van de DAEB-beoordeling voor loodverontreinigingen. De nieuwe aannames in verband met lood zijn verplicht toe te passen in oriënterende bodemonderzoeken die sinds 1 oktober 2025 worden ingediend. Zie Aanpassing methodologie DAEB-lood
OVAM baseert haar standpunt op de decretale formulering van de kennisvoorwaarde zoals opgenomen in de artikelen 12 en 23 van het Bodemdecreet die betrekking hebben op de vrijstelling van saneringsplicht. Daarin is opgenomen: ‘ … de eigenaar was niet op de hoogte en behoorde niet op de hoogte te zijn van de bodemverontreiniging op het ogenblik dat hij eigenaar van de grond werd.’ Op basis van de tekst van het decreet volstaat het dat de eigenaar op het moment van de overdracht kennis heeft of behoort te hebben van de bodemverontreiniging.
Het OVAM-standpunt sluit aan bij een aantal concrete gevallen waar de minister in kader van een administratief beroep of de Raad van State een uitspraak heeft gedaan.
Bodembeheer
- Adres
- Stationsstraat 110
2800 Mechelen
Route en bereikbaarheid - Telefoon
- 015/284 458