Oogstresten
Grondgebonden oogstresten
Grondgebonden oogstresten zijn:
- resten van gewassen die op het veld achterblijven na het oogsten;
- gewassen die om diverse redenen ongeoogst op het veld blijven staan;
- plantaardige resten die vrijkomen bij de eerste behandeling van gewassen op het landbouwbedrijf, bijvoorbeeld het loof van wortelen.
Plantaardige resten die het landbouwbedrijf hebben verlaten of die vrijkomen bij de eerste verwerking in de voedingsnijverheid, vallen niet onder deze regeling.
Oogstresten die nadien opnieuw worden gebruikt in de landbouw, worden niet als afvalstoffen beschouwd (Europese kaderrichtlijn afval artikel 2 1 f). Dit betekent dat ze kunnen worden ondergewerkt op het landbouwperceel waar ze vrijkomen.
Dit is echter geen vrijgeleide om grote volumes teeltresten op landbouwpercelen te storten. Er mag immers geen risico op milieuhinder ontstaan.
Groene oogstresten zoals bloemkool- en preibladeren hebben doorgaans een lage koolstof-stikstofverhouding. Daardoor kunnen ze gemakkelijker stikstof verliezen naar de omgeving, wat aanleiding geeft tot broeikasgasemissies, geurhinder en vervuiling van oppervlakte- en grondwater. Deze oogstresten kunnen dus problemen veroorzaken als u ze laat liggen. Verwerk deze resten daarom tijdig en op een milieuvriendelijke manier. Zo recupereert u de voedingsstoffen en de organische stof, zonder schade voor het milieu.
Andere oogstresten, zoals tarwestengels of stro, hebben een hoge koolstof-stikstofverhouding. Hierdoor geven ze minder gemakkelijk stikstof af aan de omgeving. De risico’s voor het milieu zijn hier dus kleiner.
Als oogstresten worden ingezet als diervoeder, worden ze niet beschouwd als een afvalstof voor zover ze voldoen aan de gestelde voorwaarden. De bevoegde overheid hiervoor is het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).
Oogstresten kunnen gecomposteerd of vergist worden. Dit kan via een daar toe vergunde, industriële installatie (zie composteren en vergisten), of via boerderijcompostering.
Oogstresten blijven in beginsel organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen. Het is verboden in Vlaanderen om afvalstoffen in open lucht te verbranden (Vlarem II hoofdstuk 6.11.1). Alleen in een beperkt aantal uitzonderingsgevallen is het toegelaten. Dat is het geval bij plantaardige afvalstoffen afkomstig van eigen bedrijfslandbouwkundige activiteiten en uitsluitend als het niet mogelijk is om het biomassa-afval ter plekke te verwerken of af te voeren.
Niet grondgebonden oogstresten
Aan het einde van het teeltseizoen komt er in de glastuinbouw serreloof vrij. Anders dan bij grondgebonden oogstresten is deze reststroom vaak vervuild met niet-afbreekbare materialen zoals touwen en clips van polypropyleen (PP) of polyamide (PA, nylon). Dat geldt bijvoorbeeld bij teelten van tomaat, paprika en komkommer. Door deze vervuiling is het moeilijk om het loof op een hoogwaardige en/of lokale manier te verwerken tot organische bodemverbeteraars, meststoffen, substraten of bouw- en verpakkingsmaterialen.
In de praktijk wordt het meestal verbrand of gecomposteerd in buurlanden waar de kwaliteits- en gebruiksvoorwaarden voor compost minder streng zijn.
Verschillende initiatieven (Cmartlife, Inagro) onderzochten manieren om dit loof toch hoogwaardig te valoriseren. Afhankelijk van de teelt zijn bioafbreekbare clips en touwen interessante alternatieven.
Team Bio
- Adres
- Stationsstraat 110
2800 Mechelen
Route en bereikbaarheid