Meststof, bodemverbeterend middel & teeltsubstraat

Biomassa kan vaak gebruikt als meststof of bodemverbeterend middel. Soms kan dat rechtstreeks – denk maar aan mest – in andere gevallen moet er eerst een soort van hygiënisatie plaatsvinden. 

Soms wordt biomassa niet als mestof of bodemverbeterend middel gebruikt maar kan het daar wel verder in de keten terechtkomen, via bijvoorbeeld gebruikte teeltsubstraten of bodembedekkers.

Biomassa in of op de bodem kan een bron van milieuhinder zijn. OVAM is bevoegd om deze hinder te evalueren en voorwaarden op te leggen. Er is een uitzondering voor mest van vee, zoals beschreven in artikel 27 van het mestdecreet. Deze mest valt onder de bevoegdheid van de Mestbank en niet van OVAM.

Rechtstreeks gebruik

Om biomassareststromen – bijproducten of afvalstoffen – op of in de bodem te mogen gebruiken is een evaluatie vereist, die meestal bevestigd moet worden met een grondgrondstofverklaring. Hiervoor bevat de wetgeving een beoordelingskader.
We weten uit ervaring dat sommige materialen door hun aard en oorsprong weinig tot geen risico inhouden op vlak van chemische contaminanten, plastic verontreiniging of schadelijke biologische organismen. Deze materialen zijn opgesomd in de wetgeving. De producent moet zelf kunnen aantonen dat de risico’s onder controle zijn maar moet dit niet laten bevestigen door een formele grondstofverklaring.
Voor materialen die niet op deze lijst voorkomen, moet een grondstofverklaring worden aangevraagd via het grondstoffenloket. Een dossier moet naast administratieve gegevens ook informatie bevatten over de aard, samenstelling en afkomst van het materiaal, een beschrijving van de specifieke toepassing waarvoor de biomassa zal worden ingezet, en een analyse van een erkend laboratorium dat aantoont dat het materiaal aan de wettelijke parameters voldoet. Opgelet: dit geldt ook als u eigen biomassareststromen op eigen terrein gebruikt.

Gebruik van compost of digestaat

Biomassastromen die worden verwerkt in een composterings- of vergistingsinstallatie worden altijd beschouwd als afvalstoffen (uitgezonderd energiegewassen of mest). Deze activiteit is namelijk een verwerking van het materiaal, waarbij de samenstelling en eigenschappen veranderen.
Inputstromen voor deze installaties moeten steeds voldoen aan het normenkader voor bodemverbeterende middelen.
Mogelijke contaminaties die via het productieproces in de biomassastroom terechtgekomen kunnen zijn, moeten altijd worden gerapporteerd aan de afnemer om een inschatting van de risico’s te kunnen maken.
Er bestaan verschillende vormen van compostering en vergisting. Elke soort installatie moet, afhankelijk van zijn inputstromen, aan andere regels voldoen.
Om dierlijke bijproducten zoals mest, keukenafval of voormalige voedingsmiddelen te mogen composteren of vergisten, is een erkenning van OVAM nodig, met specifieke voorwaarden voor de hygiënisatie van de eindproducten.
Composterings- en vergistingsinstallaties moeten werken volgens een kwaliteitsgarantiesysteem en beschikken over een keuringsattest van een erkende certificeringsinstelling. Zonder dit keuringsattest blijven de eindproducten afvalstoffen.
Een uitzondering hierop wordt gevormd door
  • thuiscompostering van eigen plantaardig materiaal op eigen percelen en voor eigen gebruik 
  • boerderijcompostering van eigen materiaal op eigen percelen en voor eigen gebruik
  • inrichtingen voor de productie van schorscompost
  • pocketvergisting bij landbouwers
De eindproducten van alternatieve vormen van biologische verwerking, zoals Bokashi, Johnson-Su en andere kleinschalige verwerking of verwerkingstoestellen blijven een onverwerkt materiaal en dus een afvalstof. Ze mogen dus niet als bodemverbeterend middel gebruikt worden.
De biomassa is toegelaten voor gebruik als bodemverbeterend middel of meststof: wat nu?

Mestbank
De biomassastroom is nu een “andere meststof”. Regelgeving voor transport, opslag en gebruik van deze grondstoffen is een bevoegdheid van de Mestbank. De Mestbank bekijkt voornamelijk hoeveel en wanneer deze meststof op het land mag worden toegepast.

Federale Overheidsdienst voor Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL)
De FOD VVVL is bevoegd om de landbouwkundige waarde van een meststof of bodemverbeterend middel te evalueren.
Als grondstoffen verhandeld worden (dat betekent door iemand anders dan uzelf gebruikt worden), moet u mogelijk ook een ontheffing aanvragen bij de FOD VVVL. 
Het KB Meststoffen geldt voor het verhandelen en het gebruik van meststoffen, bodemverbeterende middelen, teeltsubstraten, zuiveringsslib en elk product waaraan een specifieke werking ter bevordering van de plantaardige productie wordt toegeschreven. Het KB bevat als bijlage een lijst van grondstoffen die in België vrij verhandeld mogen worden. Wat niet in de bijlage voorkomt, kan worden toegelaten door een ontheffing.
Het KB is niet van toepassing op bodembedekkers. Hiervoor volstaat een grondstofverklaring.
Naast de Belgische wetgeving legt ook de Europese Verordening 2019/1009 geharmoniseerde regels op inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten.

Gebruik van biochar als bodemverbeterend middel

Biochar is het zeer koolstofrijk eindproduct dat vrijkomt bij de pyrolyse van biomassa. Het is Engels voor ‘biokool’ en wijst op het verkolen van biomassa tijdens het pyrolyseproces, waarbij het materiaal onder hoge temperaturen en bij afwezigheid van zuurstof een thermochemische transformatie ondergaat. Pyrolyse is dus geen verbranding. Het energie-intensieve proces wordt wel op gang gehouden door de gassen die vrijkomen uit de biomassa (ook wel syngassen genoemd) te verbranden. Men kan dus spreken van een gedeeltelijke verbranding en een gedeeltelijk materiaalbehoud van de biomassa.

Biochar kent vele toepassingen en wordt zowel in de industrie als in de landbouw gezien als een materiaal met vele troeven. Naast een bodemverbeteraar zou het biologisch inerte biochar ook een belangrijke rol kunnen spelen in de klimaatvriendelijke koolstoflandbouw dat ook in Vlaanderen een sterke opmars kent.

Voor biochar afkomstig van biomassareststromen en voor gebruik als bodemverbeterend middel, heeft OVAM het volgende standpunt ontwikkeld:

  • Het is toegelaten om biomassa(rest)stromen te pyrolyseren als deze niet in aanmerking komen voor materiaalrecyclage en dus verbrand zouden worden
  • Het is toegelaten om biochar als bodemverbeterend middel te gebruiken als het aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
    • Een European Biochar Certificaat (EBC) voor de relevante certificaatklasse (EBC-agro, EBC-AgroOrganic of EBC-Urban)
    • De samenstellingsvoorwaarden van Vlarema bijlage 2.3.1.A
    • Het verkrijgen van een grondstofverklaring. Een belangrijke voorwaarde hierbij is een positieve energiebalans met gebruik van fossiele brandstoffen enkel voor de opstart, zoals omschreven in het EBC handboek. 
  • Voor niet genormeerde toepassingen van biochar geldt het kader voor zelfbeoordeling overeenkomstig de Vlarema-bepalingen.

Andere toepassingen

Hieronder kunt u nagaan welke regels er gelden voor andere toepassingen van biomassa(rest)stromen: