Meststof, bodemverbeterend middel & teeltsubstraat
Soms wordt biomassa niet als mestof of bodemverbeterend middel gebruikt maar kan het daar wel verder in de keten terechtkomen, via bijvoorbeeld gebruikte teeltsubstraten of bodembedekkers.
Rechtstreeks gebruik
Gebruik van compost of digestaat
- thuiscompostering van eigen plantaardig materiaal op eigen percelen en voor eigen gebruik
- boerderijcompostering van eigen materiaal op eigen percelen en voor eigen gebruik
- inrichtingen voor de productie van schorscompost
- pocketvergisting bij landbouwers
De biomassa is toegelaten voor gebruik als bodemverbeterend middel of meststof: wat nu?
Mestbank
De biomassastroom is nu een “andere meststof”. Regelgeving voor transport, opslag en gebruik van deze grondstoffen is een bevoegdheid van de Mestbank. De Mestbank bekijkt voornamelijk hoeveel en wanneer deze meststof op het land mag worden toegepast.
Federale Overheidsdienst voor Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (FOD VVVL)
De FOD VVVL is bevoegd om de landbouwkundige waarde van een meststof of bodemverbeterend middel te evalueren.
Als grondstoffen verhandeld worden (dat betekent door iemand anders dan uzelf gebruikt worden), moet u mogelijk ook een ontheffing aanvragen bij de FOD VVVL.
Het KB Meststoffen geldt voor het verhandelen en het gebruik van meststoffen, bodemverbeterende middelen, teeltsubstraten, zuiveringsslib en elk product waaraan een specifieke werking ter bevordering van de plantaardige productie wordt toegeschreven. Het KB bevat als bijlage een lijst van grondstoffen die in België vrij verhandeld mogen worden. Wat niet in de bijlage voorkomt, kan worden toegelaten door een ontheffing.
Het KB is niet van toepassing op bodembedekkers. Hiervoor volstaat een grondstofverklaring.
Naast de Belgische wetgeving legt ook de Europese Verordening 2019/1009 geharmoniseerde regels op inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten.
Gebruik van biochar als bodemverbeterend middel
Biochar is het zeer koolstofrijk eindproduct dat vrijkomt bij de pyrolyse van biomassa. Het is Engels voor ‘biokool’ en wijst op het verkolen van biomassa tijdens het pyrolyseproces, waarbij het materiaal onder hoge temperaturen en bij afwezigheid van zuurstof een thermochemische transformatie ondergaat. Pyrolyse is dus geen verbranding. Het energie-intensieve proces wordt wel op gang gehouden door de gassen die vrijkomen uit de biomassa (ook wel syngassen genoemd) te verbranden. Men kan dus spreken van een gedeeltelijke verbranding en een gedeeltelijk materiaalbehoud van de biomassa.
Biochar kent vele toepassingen en wordt zowel in de industrie als in de landbouw gezien als een materiaal met vele troeven. Naast een bodemverbeteraar zou het biologisch inerte biochar ook een belangrijke rol kunnen spelen in de klimaatvriendelijke koolstoflandbouw dat ook in Vlaanderen een sterke opmars kent.
Voor biochar afkomstig van biomassareststromen en voor gebruik als bodemverbeterend middel, heeft OVAM het volgende standpunt ontwikkeld:
- Het is toegelaten om biomassa(rest)stromen te pyrolyseren als deze niet in aanmerking komen voor materiaalrecyclage en dus verbrand zouden worden
- Het is toegelaten om biochar als bodemverbeterend middel te gebruiken als het aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
- Een European Biochar Certificaat (EBC) voor de relevante certificaatklasse (EBC-agro, EBC-AgroOrganic of EBC-Urban)
- De samenstellingsvoorwaarden van Vlarema bijlage 2.3.1.A
- Het verkrijgen van een grondstofverklaring. Een belangrijke voorwaarde hierbij is een positieve energiebalans met gebruik van fossiele brandstoffen enkel voor de opstart, zoals omschreven in het EBC handboek.
- Voor niet genormeerde toepassingen van biochar geldt het kader voor zelfbeoordeling overeenkomstig de Vlarema-bepalingen.
