Internationaal beleid
Wetgeving
PPWR: een nieuwe mijlpaal voor het Europese en Vlaamse verpakkingsbeleid
In februari 2025 werd de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) officieel gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Daarmee werd een mijlpaal bereikt na een intens Europees onderhandelingsproces. Deze verordening zal de komende jaren richtinggevend zijn voor het Europese én Vlaamse verpakkingsbeleid.
OVAM gaf in 2025 op verschillende fora toelichting bij de PPWR om stakeholders te informeren over de impact en draagwijdte van deze nieuwe Europese wetgeving. Ze legt onder meer preventie- en hergebruikdoelstellingen vast, scherpt de regels rond recycleerbaarheid en gerecycleerd gehalte aan, en beoogt op een aantal vlakken een (verdere) harmonisatie van het verpakkingsbeleid binnen de Europese interne markt.
OVAM bereidde zich, samen met de collega’s van de andere gewesten, actief voor op de implementatie van de PPWR. Dit gebeurt onder meer in het kader van de opmaak van een wijziging aan het interregionaal samenwerkingsakkoord verpakkingsafval, dat voor de gewestelijke bevoegdheden de basis zal vormen voor een coherente omzetting van de Europese verplichtingen in België.
Tegelijk blijven er op dit moment nog interpretatie- en uitvoeringsvragen bestaan. Die worden verder besproken en opgevolgd binnen Europese expertengroepen, waar OVAM actief aan blijft deelnemen.
Europese Bodemrichtlijn
Met de Europese Bodemrichtlijn worden voor het eerst bindende regels vastgelegd voor de bescherming en sanering van bodems op EU-niveau. De richtlijn bevat bepalingen rond monitoring van bodemgezondheid, veerkracht en het beheer van verontreinigde locaties. Daarmee wordt gestreefd naar gezonde bodems in heel Europa tegen 2050.
Gelijk speelveld voor alle lidstaten
Hoewel de doelstelling niet bindend is, vormt ze een krachtig signaal. De visie sluit nauw aan bij de Vlaamse aanpak, waar OVAM en haar partners inzetten op integrale bodemzorg: een shift van ‘cure’ naar ‘care’. Een belangrijk element is de verplichte inventarisatie en risicobeoordeling van gronden in alle lidstaten. Wat in Vlaanderen al jaren praktijk is, wordt nu ook elders in Europa de norm. Daarnaast verplicht de richtlijn het opzetten van nationale of regionale meetnetten, met ruimte voor lokale invulling. Er komen geen bindende normen voor bodemdescriptoren, maar wel een Europese lijst van prioritaire stoffen, waaronder PFAS en pesticiden.
Vlaamse implementatie
Lidstaten krijgen drie jaar om de bepalingen om te zetten in nationale regelgeving. De Europese Commissie ondersteunt hen met handleidingen en methodieken. OVAM laat alvast een voorbereidende studie uitvoeren over de invulling van het aspect bodemverontreiniging binnen het Vlaamse bodemmeetnet.
Herziening Kaderrichtlijn Afval
In 2025 werd er een akkoord gevonden over een gerichte herziening van de Kaderrichtlijn Afval. De focus ligt op het terugdringen van levensmiddelenafval en textielafval. Bindende reductiedoelstellingen voor levensmiddelenafval moeten behaald worden tegen 2030. Concreet betekent dat:
- een vermindering met 10% in de voedingsverwerkende industrie;
- een vermindering met 30% (in kg/inwoner) in de retail en distributie van voeding; in restaurants, cateringdiensten en huishoudens.
Om de doelstellingen te halen, moeten lidstaten voldoende maatregelen nemen doorheen de keten en hun levensmiddelenafvalpreventieprogramma’s herzien.
Voedseloverschot
De Kostwinners van OVAM, het Vlaamse verband van organisaties die inzetten op het vermijden van voedselverlies, voerden daarom tijdens de maanden september, oktober en november volop campagne om de Vlaming bewust te maken van dit thema. En vooral om ze te gidsen naar heel wat praktische tips om minder voedsel te verspillen. Voedseloverschotten in huishoudens zijn makkelijk te vermijden door onder meer aankopen beter te plannen en te koken met restjes. Vandaag vindt OVAM nog 40% voedselresten in het huishoudelijk restafval, waarvan 53% nog eetbaar is.
Textiel
Producenten die textiel beschikbaar stellen in de Europese Unie moeten de kosten voor inzameling, sortering en recycling dekken via een nieuwe regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Elke lidstaat moet hieraan voldoen tegen midden april 2028. Micro-ondernemingen krijgen een jaar extra tijd.
OVAM draagt actief bij
Ter voorbereiding op de verplichting overlegt OVAM met de andere Gewesten om een uitvoerend samenwerkingsakkoord voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel op te stellen. OVAM droeg ook actief bij aan de onderhandelingen over dit Europese dossier. Tijdens het Belgische Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie maakte OVAM deel uit van het Belgische onderhandelingsteam dat de besprekingen over het standpunt van de Raad in goede banen leidde en afrondde.
Samenwerking
Bilaterale werking: samenwerking op het Afrikaanse continent
In 2025 ontving OVAM een Zuid-Afrikaanse delegatie voor een meerdaags werkbezoek rond circulaire economie. De deelnemers kregen een inkijk in Vlaamse en Europese beleidsontwikkelingen, aangevuld met terreinbezoeken aan circulaire bedrijven, sociale ondernemingen en lokale initiatieven. Het programma maakte concreet hoe beleid, onderzoek en praktijk in Vlaanderen op elkaar inspelen.
Samenstelling en focus van de delegatie
De Zuid-Afrikaanse delegatie bestond uit vertegenwoordigers van de Council for Scientific and Industrial Research (CSIR), de Industrial Development Corporation (IDC) en het Department of Forestry, Fisheries and the Environment (DFFE) – de Zuid-Afrikaanse evenknieën van onze VITO, Enabel/VLAIO en OVAM. In de uitwisseling werd stilgestaan bij de rol van overheden in het sturen van circulariteit, de samenwerking tussen verschillende bestuursniveaus, en de manier waarop circulaire economie ook economisch en sociaal wordt ingebed.
Vergelijkend perspectief
Voor OVAM bood het bezoek niet alleen de gelegenheid om Vlaamse praktijkvoorbeelden te delen, maar ook om onze resultaten kritisch te bekijken. De Zuid-Afrikaanse reflecties maakten duidelijk hoe sterk circulariteit in Vlaanderen wordt gekoppeld aan competitiviteit, innovatie en veerkracht, maar brachten tegelijk het spanningsveld met hoge consumptieniveaus scherp in beeld. Dat contrasteert met de Zuid-Afrikaanse context, waar hergebruik vaak vanzelfsprekend is om economische redenen.
Daarnaast bevestigde het werkbezoek een aantal Vlaamse sterktes, zoals lokale samenwerking, de rol van sociale economie en technologische innovatie, onder meer op het vlak van digitale sorteer- en recyclagetoepassingen.
De samenwerking kreeg later in het jaar een vervolg via een bilaterale ontmoeting in de marge van de International Solid Waste Association (ISWA)-conferentie in Argentinië.
Van bilaterale naar trilaterale samenwerking rond circulaire economie
In 2025 werd een belangrijke stap gezet in de samenwerking rond circulaire economie tussen Vlaanderen, Nederland en Noordrijn-Westfalen (NRW). Tijdens het Circular Valley Forum in Wuppertal werd een vernieuwde Joint Declaration of Intent getekend, waarmee de bestaande bilaterale samenwerking tussen Vlaanderen en NRW werd uitgebouwd tot een volwaardig trilateraal partnerschap.
Deze samenwerking bouwt voort op de eerste intentieverklaring uit 2023 en heeft als ambitie om het grensoverschrijdende gebied uit te ontwikkelen tot een toonaangevende Europese hub voor circulaire economie. Tegelijk werd de samenwerking sterker beleidsmatig verankerd, met een centralere rol voor de drie overheden.
De samenwerking richt zich ook expliciet op het Europese niveau, onder meer uitwisselen van standpunten, het identificeren van regelgevende drempels en het verkennen van Europese financieringsprogramma’s zoals Interreg en ERDF.
Met deze trilaterale samenwerking positioneren Vlaanderen, Nederland en NRW zich als een sterke, geïntegreerde regio die actief bijdraagt aan de versnelling van de circulaire transitie in Europa.