Houtige biomassa is het eerder hard, bruin en moeilijk verteerbaar materiaal zoals stammen, takken en wortels, rechtstreeks afkomstig uit open ruimte. Dat zijn onder meer bos- en natuurgebieden, tuinen en parken en land- en tuinbouw in volle grond. Bewerkt hout hoort hier niet bij, maar valt onder ‘houtafval’.

Het kan gedefinieerd worden als “cellulose- en ligninerijke houtige plantendelen rechtstreeks afkomstig van vegetatie, met een koolstof-stikstofverhouding groter of gelijk aan 40, vrij van apart ingezamelde bladeren en naalden, grassen en haagscheersel”.

Vele van deze materialen verkregen in het verleden reeds een informele einde afvalstatus in het Actieplan Biomassareststromen 2015-2020.

Onderstaande fracties vallen onder houtige biomassa en worden niet als afvalstof beschouwd:

  • niet-gevaarlijke houtige biomassa uit de bosbouw die rechtstreeks wordt gebruikt in de bosbouw, of als materiaal of als energiebron
  • houtige biomassa afkomstig van landschapselementen onderworpen aan ecologisch hakhoutbeheer, uitgezonderd het snoeihout van het reguliere beheer van landschapselementen (bv. houtkanten) om de veiligheid van weggebruikers te waarborgen of ongewenste ondergroei te beperken (dat snoeihout valt onder groenafval) - Voorbeelden hiervan zijn houtige stromen die vrijkomen in het kader van een goedgekeurd beheerplan voor bermen, bossen, natuur en landschappen. Op deze manier worden de ecologische functies verzoend met andere maatschappelijk relevante functies van landschapselementen (bv. recreatie, productie, natuurbeleving).
  • hout van hoogstammige bomen die geveld zijn in natuurgebieden, tuinen of parken, langs (water)wegen of op percelen bij het bouwrijp maken ervan
  • korte omloophout en andere energieteelten

Het is toegestaan om houtige biomassa te gebruiken als bodemverbeteraar (onderwerken of mulchen) voor zover ze voldoet aan Vlarema artikels 2.3.3.5 of 5.3.15.1.

Houtige biomassa zorgt meestal voor weinig milieuproblemen:

  • Omdat het weinig vocht en voedingsstoffen bevat, gaat het nauwelijks rotten en ontstaan er weinig geuren of vervuiling van water, bodem en lucht.
  • De kans op vervuiling, zoals zwerfvuil, is klein.
  • Het bevat meestal geen levende plantendelen, waardoor de kans klein is dat er ongewenste planten (zoals invasieve uitheemse soorten) verspreid worden.

Opslag

Voor houtige biomassa - die in de meeste gevallen niet als afvalstof wordt beschouwd - hanteren we een opslagtermijn van één jaar.

Bij eventuele hinder naar de omgeving (bv. geurhinder) wordt het materiaal wel als een afvalstof beschouwd en moet het worden afgevoerd.

Afvalstoffen mogen worden opgeslagen op de plaats waar ze ontstaan als ze regelmatig worden afgevoerd. Als dat niet gebeurt, is een omgevingsvergunning verplicht.

Verwerking en gebruik

Rechtstreeks gebruik als bodemverbeteraar

Bodemorganische stof biedt verschillende belangrijke voordelen voor de bodem. Het draagt niet alleen bij aan een goede bodemstructuur en waterhuishouding, waardoor bijvoorbeeld bodemerosie wordt voorkomen, maar het dient ook als habitat en voedingsbron voor een rijk en divers bodemleven. Dit resulteert in een verhoogde bodemvruchtbaarheid wat op zijn beurt de gewasproductie ten goede komt. Tenslotte leg je zo koolstof voor enige tijd vast, wat helpt om de klimaatopwarming tegen te gaan. Bodemorganische stof is dus cruciaal voor een gezonde bodem, gewasproductie en klimaat.

Helaas zien we in onze Vlaamse landbouwbodems een zorgwekkende trend van zeer lage en dalende organische stofgehaltes. Het gevolg is een verminderde bodemgezondheid en een gewasproductie die sterker afhankelijk wordt van irrigatie en externe middelen. De huidige klimaatverandering maakt deze situatie nog problematischer. We hebben nu meer dan ooit een gezonde, robuuste en veerkrachtige bodem nodig om een stabiele gewasproductie en effectieve koolstofopslag te waarborgen.

Compost toevoegen is de meest gangbare manier om het bodemorganisch stofgehalte te verhogen.  Onderzoek toonde aan dat ook verse houtsnippers een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Hiervoor had u tot voor kort een grondstofverklaring nodig. Onder bepaalde voorwaarden kan u nu houtsnippers rechtstreeks onderwerken in landbouwgrond (Vlarema artikel 2.3.3.5) of u kan ze gebruiken als bodembedekker (ook wel mulch genoemd) (Vlarema artikel 5.3.15.1).

Welke houtsnippers mag een landbouwer onderwerken?

Alle houtsnippers die voldoen aan voorwaarden vermeld onder 1) en 2).

1)  De houtsnippers moeten voldoen aan deze kwaliteitsvoorwaarden:

  • minimaal organische stofgehalte van 80% op droge stof;
  • minimale koolstof-stikstofverhouding van 50;
  • minimale koolstof-fosforverhouding van 500.     

2)  Ze mogen niet afkomstig zijn van:

  • de aanleg en het onderhoud van tuinen, meer bepaald afval dat gras, bladeren, naalden en haagscheersel bevat;
  • recyclageparken en afvalverwerkende bedrijven, uitgezonderd de zeefoverloop groter dan 40 millimeter, van groencompostering die beschikt over een geldig keuringsattest voor groencompost overeenkomstig artikel 2.3.3.3 §1;
  • bouw- en sloopactiviteiten, verpakkingen en houtverwerkende industrie;
  • gebieden met verontreinigde bodems, die al dan niet gesaneerd worden door middel van fytoremediatie;
  • gebieden of producenten gelegen buiten het Vlaams gewest;
  • het beheer van vegetaties en kleine landschapselementen die niet voldoen aan de maatregelen in uitvoering van artikel 13 §4 tot en met §6 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.  

(cf. Vlarema artikel 2.3.3.5)

Welke houtsnippers mogen gebruikt worden als bodembedekker op landbouwgrond?

Houtsnippers die als bodembedekker worden toegepast op landbouwgrond zullen op termijn ondergewerkt worden. Bijgevolg moeten ze voldoen aan de bepaling rond het onderwerken van houtsnippers cf. Vlarema artikel 2.3.3.5.
 

Welke houtsnippers mogen gebruikt worden als bodembedekker buiten landbouwgebieden?

Houtsnippers die geproduceerd zijn uit:

  • hout en schors die vrij zijn van plagen, van invasieve soorten en van besmettelijke plantenziekten;
  • houtresten en schors, die afkomstig zijn van de eerste bewerking van boomstammen, die vrij zijn van plagen, van invasieve soorten en van besmettelijke plantenziekten.

De bodembedekker mag niet worden geproduceerd uit:

  • gras, bladeren, naalden en haagscheersel;
  • houtafval dat afkomstig is van bouw- en sloopactiviteiten, verpakkingen en houtverwerkende industrie.

Particulieren echter mogen groenafval uit het onderhoud van de eigen tuin, in hun eigen tuin terug toepassen als bodembedekker.

(cf. Vlarema artikel 5.3.15.1)

Wanneer mag je houtsnippers NIET onderwerken?

Als ze afkomstig zijn van:

  • de aanleg en het onderhoud van tuinen, meer bepaald afval dat gras, bladeren, naalden en haagscheersel bevat;
  • recyclageparken en afvalverwerkende bedrijven, uitgezonderd de zeefoverloop groter dan 40 millimeter, van groencompostering die beschikt over een geldig keuringsattest voor groencompost overeenkomstig artikel 2.3.3.3 §1;
  • bouw- en sloopactiviteiten, verpakkingen en houtverwerkende industrie;
  • gebieden met verontreinigde bodems, die al dan niet gesaneerd worden door middel van fytoremediatie;
  • gebieden of producenten gelegen buiten het Vlaams gewest;
  • het beheer van vegetaties en kleine landschapselementen die niet voldoen aan de maatregelen in uitvoering van artikel 13 §4 tot en met §6 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Of als ze niet voldoen aan de (chemische) samenstellingsvoorwaarden van Vlarema bijlage 2.3.1.A of de volgende kwaliteitsvoorwaarden:

  • minimaal organische stofgehalte van 80% op droge stof;
  • minimale koolstof-stikstofverhouding van 50;
  • minimale koolstof-fosforverhouding van 500.

(cf. Vlarema artikel 2.3.3.5)

Wanneer mag ik de houtsnippers NIET gebruiken als bodembedekker op landbouwgrond?

Als de houtsnippers niet voldoen aan de bepaling rond het onderwerken van houtsnippers cf. Vlarema artikel 2.3.3.5. De houtsnippers die als bodembedekker worden toegepast op landbouwgrond zullen op termijn namelijk ondergewerkt worden.

Wanneer mag ik de houtsnippers NIET gebruiken als bodembedekker buiten landbouwgebied?

Als de houtsnippers 

  • of besmet zijn met besmettelijke plantenziektes, plagen (bv. schorskevers) of invasieve soorten;
  • of gras, bladeren of naalden bevat;
  • of afkomstig is van bouw- en sloopactiviteiten, verpakkingen of houtverwerkende industrie.

(cf. Vlarema artikel 5.3.15.1)
 

Mag een landbouwer eerst houtsnippers gebruiken als bodembedekker en daarna onderwerken?

Ja. In afwachting van het onderwerken mogen landbouwers de houtsnippers gebruiken als bodembedekker. De houtsnippers moeten voldoen aan de vereisten van Vlarema artikel 2.3.3.5. 

Ik ben geen landbouwer, mag ik houtsnippers onderploegen?

Neen, tenzij met een grondstofverklaring. 

Kan ik als particulier houtsnippers gebruiken als bodembedekker in mijn tuin?

Je kan als particulier je eigen groenafval toepassen in je eigen tuin als bodembedekker. Je kan als particulier uiteraard ook houtsnippers aankopen voor gebruik als bodembedekker.

Gebruik van houtsnippers als bodembedekker buiten landbouwgebied moet niet voldoen aan de voorwaarden voor het onderwerken in landbouwgrond?

Inderdaad. Niet-landbouwers die houtsnippers gebruiken als bodembedekker, zonder de intentie om ze op termijn onder te werken, moeten enkel voldoen aan de bepalingen van houtsnippers voor gebruik als bodembedekker. Hebben ze wel de intentie om ze onder te werken, moet dit gebeuren met een grondstofverklaring.

Waarom wordt er een onderscheid gemaakt tussen onderwerken en gebruik als bodembedekker?

Bij het gebruik van materialen die rechtstreeks in de bodem worden ondergewerkt, voert de Vlaamse overheid een strikter beleid met het oog op beheersen van ongewenste milieu-impact. Daarom zijn de gebruiksvoorwaarden verschillend.
 

Waarom wordt er niet gekeken naar ziektes en plagen bij het onderwerken van houtsnippers in landbouwgrond?

De landbouwer heeft er alle baat bij om houtsnippers van goede kwaliteit, en dus vrij van ziektes en plagen te gebruiken als bodemverbeteraar. Vandaar ook de bepaling dat houtsnippers alleen mogen ondergewerkt worden “in landbouwgrond als die in actief gebruik is voor landbouwactiviteiten” (cf. Vlarema artikel 2.3.3.5).

Zijn er negatieve effecten van het onderwerken van houtsnippers?

Onderzoek door de Bodemkundige Dienst België en het ILVO heeft uitgewezen dat, zelfs indien er een bij aanbreng van verse houtsnippers een stikstofvastlegging gebeurt, de negatieve impact op het gewas van korte duur is en deze volledig uitgewerkt is tegen het einde van het seizoen. Het onderwerken van houtsnippers heeft positieve effecten op de bodem en gelijkaardige of betere effecten op de gewasopbrengst in vergelijking met bodems die geen houtsnippers toegediend kregen. De timing van toediening is echter wel belangrijk. De houtsnippers worden idealiter zo lang mogelijk voor het inzaaien van een gewas ondergewerkt. Onderwerken net voor het inzaaien zal het kiemproces fysiek verstoren en wel negatieve effecten vertonen op gewasgroei en -opbrengst.

Wat zijn de positieve effecten van houtsnippers als bodemverbeteraar?

De voordelen van het gebruik van houtsnippers als bodemverbeteraar zijn talrijk en nauw met elkaar verbonden, maar je kan ze samenvatten als het verbeteren van de bodemkwaliteit en -gezondheid. Door het toevoegen van koolstofrijk organisch materiaal als houtsnippers ga je het stabiel bodemorganisch stofgehalte verhogen met positieve effecten als gevolg: een verbeterde waterhuishouding en waterhoudend vermogen, een verbeterde nutriëntenhuishouding, en een rijk en divers bodemleven – met in het bijzonder een toename van de schimmelpopulatie – dat op zijn beurt zorgt voor een verbeterde porositeit, structuur en algehele fysische bodemkwaliteit. De verbeterde bodemstructuur en waterhuishouding leiden ook tot minder erosie. Tenslotte wordt bij een verhoogd bodemorganisch stofgehalte in combinatie met een toename aan schimmels ook meer koolstof opgeslagen, wat helpt tegen de klimaatopwarming.

Wanneer je houtsnippers eerst gaat gebruiken als bodembedekker heb je het bijkomend voordeel dat onkruid wordt onderdrukt en de bodem wordt beschermd tegen uitdroging/opwarming bij overmatige zon en erosie bij overmatige regen.

Hoe groot of klein moeten de houtsnippers zijn voor gebruik als bodemverbeteraar?

De afmetingen van de houtsnippers zijn wettelijk gezien niet van belang, wel de herkomst en kwaliteit

Waarom wordt de kwaliteit bepaald a.d.h.v. OS, CN en CP bij het onderwerken van houtsnippers?

Met de bepaling rond het onderwerken van houtsnippers als bodemverbeterend middel wil de overheid het organisch koolstofgehalte van onze (landbouw)bodems verbeteren. Het is niet de bedoeling om de bodem met plantvoedingsstoffen te gaan aanrijken. Het organisch stofgehalte geeft de hoeveelheid koolstof weer ten opzichte van de minerale fractie (deze verhouding willen we zo hoog mogelijk), de koolstof/stikstof en koolstof/fosfor verhoudingen geven de hoeveelheid koolstof weer ten opzichte van de plantvoedingsstoffen stikstof en fosfor (deze verhoudingen willen we ook zo hoog mogelijk).

Wie mag een staal nemen voor de controle van de kwaliteitseisen?

Dat moet door een erkend laboratorium gebeuren die de staalnameprocedures van het CMA zal naleven (een lijst kan je hier terugvinden). Voor staalname van houtsnippers zijn CMA/1/A.14 en CMA/1/A.15 belangrijk.

Wie moet de analyse uitvoeren?

Een VLAREL erkend laboratorium. Een lijst kan je hier terugvinden.

Hoeveel analyses moet ik kunnen voorleggen?

De conformiteit van de houtsnippers met de samenstellingsvoorwaarden van Vlarema artikel 2.3.3.5 wordt aangetoond door een representatieve bemonstering en analyse zoals beschreven in het CMA:

  • per volume van 40 kubieke meter houtsnippers bij aanbrengen op een perceel landbouwgrond met een maximale oppervlakte van 1 hectare;
  • per volume van 100 kubieke meter houtsnippers bij aanbrengen op een perceel landbouwgrond met een oppervlakte van meer dan 1 hectare.
Moeten de analyses worden opgestuurd naar de overheid?

Neen. Je moet ze vijf jaar bewaren voor het geval dat Afdeling Handhaving ernaar vraagt (cf. Vlarema artikel 2.3.1.3/2 §3).

Mogen houtsnippers afkomstig van eenzelfde herkomst gebruikt worden op verschillende bestemmingen?

Ja. Houtsnippers die op eenzelfde plaats vrijkomen, kunnen ondergewerkt worden in percelen van verschillende landbouwers of gebruikt worden als bodembedekker op percelen van verschillende eigenaars. Is de totale oppervlakte van de percelen samen groter dan één hectare, dient er bij het vrijkomen van de snippers stalen te worden geanalyseerd per 100 kubieke meter geproduceerde houtsnippers (cf. Vlarema artikel 2.3.3.5).

Wat kan je doen met houtsnippers die niet voldoen aan de herkomst- en kwaliteitsvoorwaarden van de bepalingen rond onderwerken of gebruik als bodembedekker?

Houtsnippers die niet voldoen aan de herkomst- en kwaliteitsvoorwaarden voor het rechtstreeks onderwerken of gebruik als bodembedekker moeten worden afgevoerd naar compostering voor valorisatie tot compost als bodemverbeteraar.

Mogen houtsnippers eerst een tijdje blijven liggen?

Ja, je kan houtsnippers tot maximaal één jaar op een hoop laten liggen in afwachting van hun toepassingen als bodemverbeteraar. Naar kwaliteit toe zullen de houtsnippers afhankelijk van de (weers)omstandigheden en hoelang ze blijven liggen wel wat afbraak ondervinden, wat zal leiden tot een verminderd organisch stofgehalte, en een lagere koolstof/stikstof en koolstof/fosfor verhouding. Het risico bestaat er dus in dat als je de hoop lange tijd laat liggen, de analyseresultaten kunnen verschillen met de analyseresultaten op het vers materiaal.
 

Is er een FOD ontheffing nodig?

Houtsnippers staan niet in de bijlage van het KB Meststoffen. Dit betekent dat als de houtsnippers bij derden worden gebruikt als bodemverbeteraar, er een ontheffing nodig is.

Meer informatie vind je op de website van de FOD.

Houtindustrie

Houtige biomassa die niet wordt beschouwd als een afvalstof mag vrij gebruikt worden in de houtindustrie. Denk bijvoorbeeld aan het maken van paaltjes of spaanplaten.

Als houtige biomassa wél de status van afvalstof heeft, is een zelfbeoordeling vereist voordat deze kan worden gebruikt.

Compostering

Houtig materiaal is noodzakelijk om gft- en groenafval goed te laten composteren. Het levert structuur en zorgt voor betere luchtcirculatie doorheen het composterende materiaal.  Bovendien zorgt het houtig materiaal voor een juiste koolstof stikstofbalans. Dat is cruciaal voor een efficiënt microbiologisch afbraakproces.

Zonder voldoende koolstofrijke componenten, zoals houtsnippers, ontstaat er een te stikstofrijk mengsel. Dat leidt in vele gevallen tot geurhinder, natte en instabiele compost en verlies van voedingsstoffen. Door het houtig materiaal strategisch te mengen met het groene afval ontstaat een evenwicht waarin micro-organismen optimaal functioneren. Daardoor verloopt de compostering vlot, stabiel en met een hoge eindkwaliteit.

Vergisting

Houtig materiaal is niet vergistbaar. Het dient voornamelijk als structuurmateriaal tijdens de nacompostering van het digestaat (eindproduct van een vergistingsproces).

Verbranding

Selectief ingezameld recycleerbaar afval mag niet verbrand worden (Vlarema artikel 4.5.2). Alleen houtige biomassa dat geen afvalstof is, mag gebruikt worden voor verbranding, bijvoorbeeld als brandhout. Voor een stookinstallatie met een vermogen groter dan 300 KW is een omgevingsvergunning nodig (Vlarem rubriek 43.1.1c).

In de praktijk bepalen particulieren echter welke houtige biomassa zij verbranden, ongeacht of dit materiaal wettelijk als afvalstof wordt beschouwd. Het verbranden van vers fijn snoeihout leidt tot onnodige emissies van fijnstof en andere schadelijke stoffen. Dit heeft een negatieve impact op de luchtkwaliteit en het milieu. Daarom is dit verboden.

Vlaamse verbrandingsinstallaties kunnen afwijkingen op het verbrandingsverbod aanvragen voor de houtige biomassa van een composteerinstallatie als ze een overschot aan houtig structuurmateriaal hebben. Bij voorkeur worden eerst tekorten bij andere composteerinstallaties opgevuld. De verbrandingsinstallatie dient vergund te zijn voor het verbranden van afvalstoffen onder Vlarem rubriek 2.3.4.1a.

Composteerinstallaties die een teveel aan structuurmateriaal naar het buitenland willen uitvoeren, moeten zelf over een afwijking op het verbrandingsverbod beschikken.

Houtige biomassa is geen recycleerbaar afval als het

  • verontreinigd is met niet-toegelaten contaminanten voor gebruik als bodemverbeterend middel;
  • verontreinigd is met niet-toegelaten contaminanten in het composteringsproces;
  • besmet is met pathogenen die niet door het composteringsproces kunnen worden vernietigd;
  • besmet is met invasieve uitheemse soorten die niet door het composteringsproces kunnen worden vernietigd.

De houder moet dit ondubbelzinnig aantonen. In deze vier gevallen is het verbrandingsverbod dan niet van toepassing.

Team Bio

Hebt u een vraag voor dit team? Stel ze hier:

Adres
Stationsstraat 110
2800 Mechelen
Route en bereikbaarheid