Wol
Onder wol verstaan we de zachte en dikke haren van de vacht van dieren als schapen, geiten of lama's.
De laatste jaren krijgt OVAM steeds meer de vraag naar alternatieve afzetmogelijkheden voor wol. Door de daling van de prijs en de variabele kwaliteit van wol die wordt aangeboden door particulieren en hobbyhouders, kan veel wol niet worden gebruikt als grondstof. Lokale afzet voor duurzame en circulaire projecten kan hier een oplossing bieden. Er bestaan diverse initiatieven om lokale wol, die in kleinere hoeveelheden vrijkomt, te verzamelen en te gebruiken in verschillende toepassingen, zoals textiel, isolatiemateriaal en cosmetica.
Wol is een dierlijk bijproduct. De Europese regelgeving over dierlijke bijproducten (Verordeningen 1069/2009 en 142/2011) is dus van toepassing. Wol die afkomstig is van gezonde dieren en geen vervuiling bevat die een probleem voor verder gebruik vormt, wordt binnen deze regelgeving beschouwd als categorie 3-materiaal. Bij een vermoeden van een mogelijk op mens of dier overdraagbare ziekte wordt de wol beschouwd als een dierlijk bijproduct én een afvalstof.
Wol wordt niet beschouwd als afvalstof. Dat verandert als u de wol afvoert naar afvalverwerking, zoals verbranden, storten, composteren of vergisten.
Ook wol die wordt ingezameld op het recyclagepark, of afkomstig is van particulieren of hobbyhouders zonder bestemming, geldt niet als afvalstof. Dat is wel het geval als de wol wordt ingezameld met het oog op een andere bestemming.
Inzameling, opslag en transport
Als de wol wordt ingezameld voor een technische toepassing - en dus niet food- of gerelateerd aan diervoeder – is de inzameling en het transport een bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst voor Volksgezondheid, de Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. De inzameling moet dan ook gebeuren conform die regelgeving.
Als de wol afkomstig is uit België en de eindproducten enkel in België worden verhandeld of binnen België blijven, worden ze vrijgesteld van alle verplichtingen die dierlijke bijproducten met zich meebrengen (bv. tracering, handelsdocumenten en registraties).
Van zodra de wol of een van de eindproducten een bestemming heeft buiten België, is een registratie verplicht bij de Federale Overheidsdienst voor Volksgezondheid, de Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Dit moet gebeuren vanaf de eerste bewerkingsstap: het wassen of op een of andere manier behandelen. Deze registratie is een eenvoudige administratieve handeling. Daarna moet de wol niet meer voldoen aan de regelgeving over dierlijke bijproducten.
Bovenstaande geldt ook als er wol wordt verwerkt die van buiten België afkomstig is.
De handelingen van de veehouder/schaapscheerder (binnen België) tot aan die eerste bewerkingsstap zijn sowieso vrijgesteld van verplichtingen rond dierlijke bijproducten.
Als u wol laat ophalen voor verbranding, storten, vergisting of compostering, dan gelden de regels voor afvalstoffen
(Europese kaderrichtlijn afval artikel 2, 2° b).
Verwerking en gebruik
Bodemverbeterend middel of meststof
Wol die een eindpunt als dierlijk bijproduct heeft bereikt, wordt beschouwd als een ‘afgeleid product’. Dergelijke afgeleide producten mag u zonder grondstofverklaring gebruiken als bodemverbeterend middel als voldaan wordt aan de samenstellingsvoorwaarden in Vlarema bijlage 2.3.1. Dit materiaal is van dierlijke oorsprong conform de wetgeving over dierlijke bijproducten. Het werd specifiek opgenomen in de lijst van materialen die vrij mogen gebruikt worden als meststof of bodemverbeterend middel (Vlarema bijlage 2.2).
Voor de Mestbank gelden de regels voor “andere meststoffen”.
Bouwstof en andere toepassingen
Compostering of vergisting
Verwerking als dierlijk bijproduct
Wol, maar ook haar en pluimen, kunnen met een gespecialiseerde warmtebehandeling of een hydrolyseproces verwerkt worden tot meel. Dit meel kan dienen in/als grondstof voor meststoffen en bodemverbeterende middelen of eventueel diervoeding. De verwerking moet gebeuren bij een verwerker die erkend is conform de vereisten van de Europese regelgeving over dierlijke bijproducten. OVAM is bevoegd voor het erkennen van het verwerkingsbedrijf.
Eenmaal verwerkt mag het materiaal zonder grondstofverklaring worden gebruikt als bodemverbeterend middel, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de samenstellingsvoorwaarden in Vlarema bijlage 2.3.1. Dit materiaal “van dierlijke oorsprong conform de wetgeving over dierlijke bijproducten” werd specifiek opgenomen in de lijst van materialen die vrij mogen gebruikt worden als meststof of bodemverbeterend middel (Vlarema bijlage 2.2).
Voor de Mestbank gelden de regels voor “andere meststoffen”.
Verbranding
Team Bio
- Adres
- Stationsstraat 110
2800 Mechelen
Route en bereikbaarheid