Zwerfvuil

Verdeelsleutel zwerfvuilvergoeding lokale besturen

In het kader van de UPV Zwerfvuil ontvangen de lokale besturen een zwerfvuilvergoeding. OVAM maakte een verdeelsleutel op om de zwerfvuilvergoeding over de lokale besturen te verdelen op een zo objectieve mogelijke manier.

Objectief rekenmodel

De verdeelsleutel bepaalt het aandeel dat elk Vlaams lokaal bestuur van de zwerfvuilvergoeding van 60 935 966 euro toebehoort. De verdeelsleutel is gebaseerd op een rekenmodel, hieronder schematisch voorgesteld, dat opgesteld werd i.o.v. OVAM.

Stap 1 t.e.m. 4:
Op basis van het aanwezige zwerfvuil (1) en vervuilingssnelheid (2 & 3) per type-omgeving en zwerfvuilrisicoklasse, bepaalt het model de inspanning
(4 opruimbeurten per jaar en per 100 m²) die in theorie nodig is om een bepaald kwaliteitsniveau te behalen.
 
Stap 5 & 6:
De opruimbeurten per jaar en per 100 m² (4) in combinatie met de oppervlaktes van de type-omgevingen in een gemeente (5) bepalen vervolgens de inspanning per gemeente die nodig is om het zwerfvuil op het openbaar domein op te ruimen tot het gekozen kwaliteitsniveau.
Het aandeel van de gemeente in de totale Vlaamse opruiminspanning bepaalt het aandeel van de zwerfvuilvergoeding voor die gemeente (6).
 

Het model maakt hiervoor gebruik van de meest recent beschikbare, objectieve gegevens (groene kaders). In oktober 2025 voerde OVAM een laatste actualisatie uit in aanloop naar de definitieve goedkeuring van de UPV Zwerfvuil. Hierna zal de frequentie van actualisatie die van de zwerfvuilkosten volgen, zoals vastgelegd in het ISA UPV Zwerfvuil.

Het rekenmodel gebruikt volgende gegevens (aanduiding met *: geactualiseerd sinds vorige versie van de verdeelsleutel):

  • *het aantal stuks zwerfvuil per oppervlakte ingeschat op basis van de zwerfvuiltellingen (Zwerfvuiltellingen 2023- Q3 2025), opgesplitst per risicosegment en type-omgeving. Bij een vorige versie waren deze gegevens afkomstig uit de Netheidsbarometer;
  • *het aantal hectaren van elke type-omgeving per gemeente op het openbaar domein; voorbeelden van type-omgevingen zijn centrumstraten, stopplaatsen voor openbaar vervoer en openbaar domein voor sport, recreatie en toerisme volgens de kaart van zwerfvuiltype-omgevingen van 2025;
  • de opruimdata en -frequenties zoals bekend uit de bevraging van de gemeenten in de steekproef van 2021 i.k.v. de Netheidsindex;
  • voor het indelen van de Vlaamse gemeenten in drie risicoklassen (zeer laag, gemiddeld, groot risico) volgens een inschatting op het risico op de aanwezigheid van zwerfvuil. Update in 2025 door Belfius zelf n.a.v. de gemeentefusies;
  • het gekozen kwaliteitsniveau per type-omgeving (dit is het aantal stuks zwerfvuil per 100 m² waar men naar streeft) – deze kwaliteitsniveaus zijn hetzelfde voor alle gemeenten.

De aanpak voor het opstellen van de verdeelsleutel werd afgestemd met en goedgekeurd door VVSG.

Impact laatste actualisatie (oktober 2025)

Als gevolg van de actualisatie volgens de meest recente, beschikbare gegevens observeren we een aantal verschuivingen in de aandelen van de gemeenten. Voor 64 gemeenten zien we een toename, voor de overige 221 zien we een relatief kleinere afname. De gemiddelde toename is 0,15%, de gemiddelde afname is 0,04%.
De verschuiving in aandelen is over het algemeen terug te leiden tot de nieuwe gegevens over het aantal stuks zwerfvuil per 100 m² afkomstig uit de zwerfvuiltellingen. Waar voordien deze cijfers afgeleid werden uit de Netheidsindex-tellingen, bepaald volgens looplijnen, zijn ze nu als onderdeel van de zwerfvuiltellingen rechtstreeks bepaald als stuks per 100 m². Voornamelijk voor type-omgevingen ‘Centrumstraten’ en ‘Secundaire schoolomgeving’ zorgt dit voor belangrijke verschuivingen. De update van de type-omgevingenkaart, m.a.w. het aantal hectaren per type-omgeving per gemeente, heeft relatief een veel geringere impact.