Vetten en oliën
Vetten en oliën van biologische oorsprong vormen een diverse groep. Het gaat bijvoorbeeld om gebruikte frituurolie, boter- en margarineresten, slaolie, sauzen en gesmolten dierlijke vetten. Naast de afvalstoffenregelgeving kunnen ook de Europese regels voor dierlijke bijproducten van toepassing zijn. Dit is afhankelijk van herkomst en samenstelling.
OVAM deelt daarom vetten en oliën op in groepen.
- Particulieren, horeca, frituren en bedrijfskeukens: Keukenafval en etensresten worden beschouwd als een dierlijk bijproduct. Gebruikte bakolie en resten van ongebruikte voeding, zoals mayonaise of sauzen, bevatten doorgaans dierlijke bakresten of ingrediënten. Ze moeten apart worden ingezameld.
- Supermarkten en distributiecentra (retail): Vetten en oliën die uit de handel worden genomen voordat ze zijn verkocht of gebruikt, zijn levensmiddelenafval. Of deze stroom een dierlijk bijproduct is, hangt af van de oorsprong van de grondstoffen. Die kunnen plantaardig of dierlijk zijn.
- Voedingsbedrijven: Ook vetten en oliën die vrijkomen als reststroom in voedingsbedrijven zijn levensmiddelenafval. Dat geldt bijvoorbeeld voor producenten van chips, frituursnacks en sauzen. Of de stroom een dierlijk bijproduct is, hangt af van de gebruikte ingrediënten. Kaaskroketten bevatten bijvoorbeeld kaas, maar ook ingrediënten als melk en eieren, waarvan resten in de bakolie achterblijven.
- Keukens van internationale transporten, bijvoorbeeld (lucht)havens: Deze vetten en oliën vallen altijd onder de Europese regels voor dierlijke bijproducten en zijn van een andere categorie. Ze moeten worden vernietigd.
- Herkomst van buiten de Europese Unie: Gebruikte frituurvetten en -oliën van buiten de EU beschouwen we als een dierlijk bijproduct, tenzij u kan aantonen dat ze
- niet afkomstig zijn van particulieren of horeca;
- uitsluitend afkomstig zijn van de voedingsindustrie;
- tijdens productie, gebruik en transport niet in contact kwamen met dierlijke producten.
Inzameling, opslag en transport
Inzameling
Zowel particulieren als bedrijven moeten vetten en oliën selectief inzamelen.
Particulieren kunnen ze wegbrengen naar het recyclagepark of inzamelpunten waar een inzamelbox staat.
Bedrijven laten dierlijke vetten en oliën inzamelen door een geregistreerde inzamelaar/handelaar/makelaar van dierlijke bijproducten.
Vervoerders moeten beschikken over een registratie als vervoerder van dierlijke bijproducten, ook als een inzamelaar zelf optreedt als vervoerder.
Elk transport van dierlijke vetten en oliën moet vergezeld zijn van het Europees handelsdocument conform de Europese regelgeving over dierlijke bijproducten.
Indien de vetten en oliën uitsluitend plantaardig zijn, gelden de regels voor het transport van afvalstoffen.
Opslag en voorbehandeling
Elk bedrijfsterrein waar vetten en oliën worden opgeslagen, overgeslagen of behandeld, moet over een omgevingsvergunning beschikken. Vermits gebruikte vetten en oliën afvalstoffen zijn, moet de inrichting vergund zijn conform Vlarem rubriek 2.
Voor de opslag en/of hantering van dierlijke bijproducten is een erkenning vereist, conform artikel 24, h) of i) van Verordening 1069/2009.
Inzamelpunten zoals warenhuizen vormen hierop een uitzondering. Als ze zelf nieuwe frituurvetten of -oliën verkopen, kan de inzameling in het kader van een terugname- of aanvaardingsplicht gebeuren zonder omgevingsvergunning of erkenning.
Verwerking en gebruik
Vetten en oliën als diervoeder
De diervoederwetgeving laat niet toe om keukenafval te gebruiken als diervoeder. U mag dus uw gebruikte frituurvetten en -oliën niet voeren aan uw (huis)dieren of bestemmen voor de diervoederindustrie.
Keukenafval en etensresten van internationale transporten (buiten de EU) zijn categorie 1 materiaal. De Europese regels voor dierlijke bijproducten verbieden gebruik als diervoeder.
Vetten en oliën uit de levensmiddelenindustrie, die door bedrijven als frituurvet of -olie zijn gebruikt, of die ongebruikt uit de handel zijn genomen, kan u valoriseren als diervoeder, maar alleen met de juiste toelatingen van het FAVV. In dat geval is het geen afvalstof, maar een nevenstroom.
Composteren en vergisting
Vetten en oliën gaan zelden rechtstreeks naar compostering of vergisting. Restproducten kunnen wel in een biogasinstallatie worden verwerkt.
Als het een dierlijk bijproduct is, moet de vergisting gebeuren door een biogasinstallatie die hiervoor erkend is conform de Europese regelgeving voor dierlijke bijproducten.
Als gebruikte frituurvetten en -oliën afkomstig zijn van internationale transporten (van buiten de EU), gaat het sowieso om categorie 1-materiaal. De Europese regelgeving over dierlijke bijproducten laat dan geen vergisting of compostering toe.
Biobrandstoffen
Vetten en oliën kunnen dienen om biobrandstoffen te produceren. Dan blijft de status als dierlijk bijproduct behouden. Er komen in het productieproces immers nevenstromen vrij die nog steeds als dierlijk bijproduct beschouwd kunnen worden. Die moeten altijd getraceerd kunnen worden.
De Europese regelgeving over dierlijke bijproducten legt enkel een eindpunt vast voor de biobrandstof zelf.
Verbranding
Vetten en oliën vallen onder het verbrandingsverbod. Wilt u ze rechtstreeks verbranden, dan moet u dus een afwijking op het verbrandingsverbod aanvragen.
In 2009 werd er voor het eerst een contingent categorie-3 dierlijk vet en gebruikte frituurvetten en -oliën vrijgegeven voor verbranding met energierecuperatie. OVAM evalueert deze werkwijze jaarlijks en past indien nodig het contingent aan.
Omdat de productie van biodiesel aan belang wint, worden gebruikte frituurvetten en -oliën minder rechtstreeks verbrand. Afwijkingen worden dan ook minder aangevraagd.
Team Bio
- Adres
- Stationsstraat 110
2800 Mechelen
Route en bereikbaarheid