Wat doen we?

Wettelijk kader voor materialenbeheer en circulaire economie

Het materialendecreet vormt de basis van de Vlaamse materialenwetgeving.

Het materialendecreet: de basisprincipes

 
  1. Probeer materiaalgebruik en afvalproductie eerst en vooral te vermijden; 
  2. wat je niet kan vermijden, moet je proberen zoveel mogelijk te hergebruiken;  
  3. wat je niet kan hergebruiken, moet je recycleren;  
  4. wat je niet kan recycleren, moet je proberen te recupereren als energiebron;  
  5. storten van afval in milieuverantwoorde omstandigheden is de laatste toegelaten optie. 

In het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (kortweg VLAREMA) staan gedetailleerde voorschriften over de thema’s in het materialendecreet. 

Het decreet en Vlarema voorzien de mogelijkheid om het gebruik van een aantal materialen die nog geen afval zijn te reguleren, zodat er minder afval ontstaat. Het materialendecreet legt verboden, verplichtingen en heffingen vast voor een milieuverantwoord beheer van afvalstoffen, vanaf hun ontstaan tot en met hun verwerking. De wetgeving geeft ook aan hoe gegevens over afvaloperatoren, afvalstoffenproductie, -inzameling, -verwerking en hun verder gebruik als grondstof worden bijgehouden. 

De wetgeving bakent het verschil af tussen afvalstoffen en materialen die geen afvalstoffen zijn. Meer informatie over het verschil tussen afval en grondstof is terug te vinden in de handleiding “veelgestelde vragen en antwoorden over grondstofverklaringen”

Het decreet geeft aan de Vlaamse regering de opdracht afvalbeheerplannen en preventieprogramma’s op te stellen die het beleid vorm geven. 

Het materialendecreet legt het principe van ‘de vervuiler betaalt’ vast. Wie de afvalstoffen produceert of wie producten waaruit het afval is ontstaan op de markt brengt, betaalt zoveel mogelijk de kosten voor de afvalinzameling en -verwerking. Dit noemen we de ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’.