Veelgestelde vragen door de kandidaat asbestdeskundige
Certificatie als asbestdeskundige inventarisatie
Een asbestdeskundige inventarisatie moet voldoen aan een aantal voorwaarden. Deze zijn opgenomen in het Vlarema en worden verder gedetailleerd in het certificatiereglement.
Om als persoon een gecertificeerd asbestdeskundige inventarisatie te kunnen worden moet u:
- beschikken over een diploma secundair onderwijs type ASO of TSO of een gelijkwaardig diploma of beschikken over minimaal twee jaar relevante beroepservaring, opgedaan in de afgelopen zes jaar. De relevante beroepservaring wordt aangetoond door een verklaring op erewoord met een beschrijving van de relevante ervaring;
- de verplichte opleiding met praktijkgedeelte volgen bij een erkende certificatie-instelling asbest;
- slagen in het examen;
- op erewoord verklaren onafhankelijk en onpartijdig te werken.
Onverenigbaarheden
Persoonsgecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie moeten onafhankelijk en onpartijdig werken. Niet elke combinatie qua taken is dus mogelijk. Voordat u begint met het volgen van de opleiding gaat u best eerst na of er sprake is van een onverenigbaarheid waardoor u niet zou mogen optreden als persoonsgecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie. U kan zich daarover informeren bij de certificatie-instelling waarbij u de verplichte opleiding wil volgen.
Ook als zelfstandige (in bijberoep) kunt u de activiteit van asbestdeskundige inventarisatie uitoefenen. Een aandachtspunt is dat u naast uw persoonscertificaat ook moet beschikken over een procescertificaat.
Aan het persoonscertificaat zijn eisen gekoppeld over de kennis en competenties van de persoon die de asbestinventarissen opstelt. Pas nadat u de verplichte opleiding volgde en geslaagd bent in het examen, kunt u een persoonscertificaat bekomen bij een erkende certificatie-instelling asbest.
Daarnaast zijn aan het procescertificaat eisen verbonden rond verzekeringen en kwaliteitsborging. Dit procescertificaat wordt, op ondernemingsniveau, toegekend door de erkende certificatie-instellingen. Uw eenmanszaak is hier de onderneming. De eisen rond het op te stellen kwaliteitsbeheersysteem en het aantal audits zijn aangepast voor éénmansbedrijven.
Heeft u als zelfstandige een persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie en wil u asbestattesten afleveren? Dan moet u zich in een volgende stap als werknemer/zaakvoerder (zelfstandige) van een procesgecertificeerd bedrijf aansluiten bij een erkende certificatie-instelling om te kunnen starten.
Als zelfstandige of éénmanszaak moet u dus ook zowel over een persoons- als over een procescertificaat asbestdeskundige inventarisatie beschikken.
Jazeker, dat is juridisch mogelijk. Het is voor een architect die deze expertise bezit bovendien een toegevoegde waarde als dienstverlening naar de klant-bouwheer toe bij renovaties.
Een vastgoedmakelaar is een door het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV) erkende vastgoedprofessional. Onder de vastgoedmakelaar valt zowel de “vastgoedmakelaar-bemiddelaar” als de “vastgoedmakelaar-syndicus” en de “vastgoedmakelaar-rentmeester”.
Het certificatiereglement bevat een opsomming van enkele specifieke situaties waarin onverenigbaarheden kunnen optreden. Er is onder meer sprake van onverenigbaarheid wanneer er een financiële band is tussen de asbestdeskundige en de opdrachtgever. Ook wanneer de asbestdeskundige zelf of bij tussenpersoon een actieve opdracht uitoefent bij de opdrachtgever is er een onverenigbaarheid.
In februari 2024 verduidelijkte de OVAM dat die onverenigbaarheid onder meer specifiek inhoudt dat personen niet kunnen optreden als asbestdeskundige wanneer ze tegelijkertijd actief zijn als vastgoedmakelaar voor het pand in kwestie. Een vastgoedmakelaar mag optreden als asbestdeskundige, maar dus niet voor de panden in eigen portefeuille. Dit ligt in lijn met de wetgeving voor de energiedeskundigen die EPC’s opmaken. De bepaling geldt voor alle beroepsgroepen die als vastgoedmakelaar kunnen optreden: landmeter-experts, notarissen, rentmeesters, enz. De bepaling geldt ook voor alle beroepsgroepen die als beheerder een mandaat of opdracht hebben, bijvoorbeeld een syndicus.
Een vastgoedmakelaar kan dus enkel optreden als ADI voor TCR’s die niet in eigen portefeuille zitten. De portefeuille van de commerciële activiteit wordt bekeken op het niveau van het kantoor, niet op het niveau van de dossierbeheerder.
Een ADI die binnen een kantoor als makelaar actief is en die een aparte vennootschap heeft als asbestdeskundige mag geen asbestattesten opmaken voor dat kantoor. Dit geldt voor elke medewerker die actief is binnen het kantoor. Dus ook voor bv. een administratief medewerker die zelf niet optreedt als makelaar.
Deze onverenigbaarheid geldt enkel voor de portefeuille van de vennootschap(pen) waar de desbetreffende persoon actief is en dus niet tussen vennootschappen die deel zijn van dezelfde overkoepelende holding met andere bestuurders en/of houders van een BIV-erkenning.
Bij twijfel omtrent het bestaan van een onverenigbaarheid is het de CI waarbij de ADI aangesloten is die hierover uitspraak doet.
De bepalingen over de onverenigbaarheden zijn al opgenomen in het Certificatiereglement van 1 april 2022 en vergen dus geen regelgevend wijzigingstraject.
Case: ADI is familielid van vastgoedmakelaar
Daarbij is het belangrijk om te weten wat verstaan wordt onder rechtstreekse banden in familieverband: hieronder wordt elke bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn tot en met de eerste graad en in de zijlijn tot en met de tweede graad verstaan.
De ADI mag geen rechtstreekse band hebben met de zaakvoerder/makelaar, maar wel met een werknemer die geen zaakvoerder is.
Case: ADI, die ook vastgoedmakelaar is, stelt asbestattesten op voor een notaris die optreedt als vastgoedmakelaar
Situatie 1: In deze situatie komen de panden die niet verkocht geraken door de notaris achteraf in de portefeuille van de ADI/vastgoedmakelaar. Op het ogenblik van het opstellen van de asbestinventaris weet de ADI niet welke panden in diens portefeuille kunnen komen. Toch weet de ADI dat er een realistische kans is dat die zelf als makelaar zal optreden voor de verkoop van het pand. In dat geval is er sprake van een onverenigbaarheid.
Situatie 2: Als het slechts uitzonderlijk gebeurt dat de ADI achteraf ook als vastgoedmakelaar optreedt voor een pand, dan is er geen sprake van een onverenigbaarheid. En dit ongeacht de tijd tussen het opstellen van de asbestinventaris en het in de portefeuille krijgen van het pand.
Als interne preventie-adviseur of interne milieucoördinator kan u (voor uw bedrijf(werkgever) zelf een asbestattest opmaken. U moet hiervoor ook het persoonscertificaat asbestdeskundige inventarisatie behalen en uw bedrijf moet zich daarna registreren bij een erkende certificatie-instelling asbest.
Om de verplichte opleiding te volgen beschikt u best over een goede basiskennis asbestinventarisatie. U kan deze basiskennis bekomen door zelfstudie, het volgen van een vrijwillige vooropleiding basiskennis asbestinventarisatie bij een opleidingscentrum en/of door beroepservaring. Deze kennis wordt ook getoetst in het examen! Preventie-adviseurs of milieucoördinatoren kregen vaak al een luik basiskennis asbest in hun opleidingstraject. De daarbij behandelde leerstof is echter niet altijd voldoende om te beschikken over de basiskennis.
U kan voor uw niveau of situatie evalueren of uw basiskennis volledig is conform het ‘Overzicht basiskennis asbestinventarisatie’ van de OVAM. Is dit het geval dan kan u onmiddellijk deelnemen aan de verplichte opleiding en het examen om daarna uw certificaat te bekomen.
Als u inventarisaties wil uitvoeren voor het asbestattest, dan heeft u een certificaat als asbestdeskundige inventarisatie nodig.
Bovendien moet elke Tracimat-sloopdeskundige een persoonsgecertificeerde asbestdeskundige zijn.
Ook buitenlandse ondernemingen of personen kunnen zich laten certificeren als asbestdeskundige inventarisatie in Vlaanderen. Er staan geen beperkingen met betrekking tot de nationaliteit van de asbestdeskundigen in de Vlaamse wetgeving.
Volgens de FOD Economie:
Voor asbestdeskundige inventarisatie:
- 74.909 (Overige gespecialiseerde wetenschappelijke en technische activiteiten)
Voor sloopdeskundige:
- 71.121 (Ingenieurs en aanverwante technische adviseurs, exclusief landmeters) en
- 74.909 (Overige gespecialiseerde wetenschappelijke en technische activiteiten)
U heeft u een certificaat als asbestdeskundige inventarisatie (ADI) nodig wanneer u inventarisaties uitvoert voor het afleveren van een asbestattest. Vanaf 23 november 2022 is een asbestattest verplicht bij de verkoop van gebouwen van ouder dan 2001. Tegen 2032 moet iedere eigenaar van een gebouw van ouder dan 2001 over een asbestattest beschikken.
Maakt u wel asbestinventarissen op, maar niet voor een asbestattest, dan heeft u geen certificaat ADI nodig, bijvoorbeeld als preventieadviseur in het kader van de werkgeversverplichtingen of als aannemer voor asbestverwijderingswerken.
Als kandidaat asbestdeskundigen inventarisatie zal u bij een door de OVAM erkende certificatie-instelling asbest een persoonscertificaat kunnen bekomen. U moet hiervoor bij een erkende certificatie-instelling de verplichte opleiding met praktijkgedeelte volgen en slagen in een examen. Een door de OVAM aangestelde examenbeheerder organiseert het examen.
Om de verplichte opleiding te volgen beschikt u best eerst over een goede basiskennis asbestinventarisatie. U kan deze basiskennis bekomen door zelfstudie, het volgen van een vrijwillige vooropleiding basiskennis asbestinventarisatie bij een opleidingscentrum en/of door beroepservaring. Deze kennis wordt ook getoetst in het examen!
Geslaagde asbestdeskundigen inventarisatie kunnen een persoonscertificaat aanvragen bij een erkende certificatie-instelling naar keuze. U moet zich in een volgende stap via een bedrijf aansluiten bij een erkende certificatie-instelling om te kunnen starten. Zo’n bedrijf moet zelf ook over een procescertificaat beschikken, afgeleverd door een erkende certificatie-instelling.
Hoe wordt u een gecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie?
Het certificaat heeft geen vervaldatum. U moet wel jaarlijks een verplichte bijscholing volgen. U kan het certificaat ook verliezen als de certificatie-instelling bij audits en controles of naar aanleiding van klachten vaststelt dat u de te volgen regels niet respecteert.
Gecertificeerde asbestdeskundigen inventarisatie beschikken over een persoonscertificaat. Ze moeten zich in een volgende stap via een bedrijf aansluiten bij een erkende certificatie-instelling asbest om te kunnen starten. Zo’n bedrijf zal zelf ook over een procescertificaat moeten beschikken, afgeleverd door een erkende certificatie-instelling.
Een asbestdeskundige inventarisatie die beschikt over een persoonscertificaat zal zich dus niet rechtstreeks kunnen aansluiten bij een erkende certificatie-instelling asbest.
Enkel een 'gecertificeerd asbestdeskundige inventarisatie’ zal een asbestinventarisatie voor een geldig asbestattest kunnen uitvoeren.
De opleidingsattesten die een vermelding bevatten zoals “attest asbestdeskundige”, “vormingsattest asbest”, “basis asbest herkenning” … volstaan niet om als gecertificeerd asbestdeskundige aan de slag te gaan. Deze attesten hebben enkel betrekking op (een deel van) de vrijwillige vooropleiding “basiskennis asbestinventarisatie”. De OVAM publiceerde het “Overzicht basiskennis asbestinventarisatie” als richtlijn voor opleidingscentra en kandidaat asbestdeskundigen inventarisatie. U kan op basis van deze lijst nagaan of de door u gevolgde opleiding volstaat of dat het nodig is om nog een bijkomende opleiding te volgen.
Op onze website vindt u meer informatie over het volledige traject dat een kandidaat asbestdeskundige moet volgen.
Als kandidaat deskundige moet u slagen in een examen, met theorie en praktijk gedeelte. Dit toetst de onderdelen uit het overzicht basiskennis asbestinventarisatie en de elementen uit de verplichte opleiding. U legt het examen af bij een door de OVAM aangestelde examenbeheerder. De OVAM beheert de inhoud van het examen. De examenbeheerder ontwikkelt en organiseert het eindexamen, neemt de examens af en beoordeelt ze.
De inventarisatie voor een asbestattest verloopt volgens het inspectieprotocol van de OVAM en is “niet-destructief”. Deze asbestinventaris beschrijft enkel de asbestbronnen die een risico kunnen vormen bij het dagelijkse gebruik van het gebouw. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om rechtstreeks waarneembare materialen. Tijdens de inspectie worden nooit wanden of vloeren beschadigd om ingesloten asbest op te sporen. Bij het opstellen van een destructieve asbestinventaris gebeurt dat wel. Toch kunnen ook voor deze niet-destructieve inventaris staalnames van verdachte materialen nodig zijn.
De duur van een inventarisatie volgens het inspectieprotocol zal afhangen van de ervaring van de deskundige, het type gebouw, de grootte van het gebouw, de hoeveelheid asbestverdachte materialen die aanwezig zijn (onder meer mee bepaald door het bouwjaar). Voor een gemiddelde woning is de huidige inschatting van de tijdsduur zo’n 3 uur, inclusief administratie, bezoek ter plaatse en rechtstreekse rapportage in de webapplicatie van de OVAM. Dit is een gemiddelde ingeschatte tijdsduur en dus geen richtlijn voor een minimum- of maximumtijdsduur.
U bent als deskundige vrij om zelf de prijs voor uw tussenkomst te bepalen. Er wordt geen vaste prijs of richtprijs gegeven door de OVAM. De prijs zal sterk bepaald worden door de tijd die nodig is om het onderzoek ter plaatse uit te voeren en door het aantal stalen van asbestverdachte materialen die u moet nemen. Beide hangen af van de ervaring van de deskundige, het type gebouw, de grootte van het gebouw, de hoeveelheid asbestverdachte materialen die aanwezig zijn (onder meer mee bepaald door het bouwjaar)…
Er zal door de OVAM wel een vaste retributiekost aangerekend worden aan de asbestdeskundige voor het afleveren van een nieuw of van een geactualiseerd asbestinventarisattest. Het bedrag van de retributie is vastgelegd in het ministerieel besluit “retributiereglement” en kan geindexeerd worden.
De asbestkundige verrekent deze forfaitaire kost standaard in de factuur aan de klant maar mag hierop geen BTW heffen.
De inventarisaties voor de asbestattesten moeten via een centrale databank van de OVAM gerapporteerd worden. Het asbestattest wordt dan op basis van de informatie die in de databank werd ingevoerd gegenereerd.
De databank is toegankelijk via een webapplicatie. De gegevens kunnen tijdens de rondgang onmiddellijk ingevoerd worden.
Enkel gecertificeerde deskundigen krijgen toegang tot deze databank. Het correcte gebruik van deze databank maakt een belangrijk onderdeel uit van de verplichte opleiding die kandidaat asbestdeskundigen moeten volgen.
Meer informatie over de databank is terug te vinden op de website.
- release notes
- andere vakinformatie > gebruikershandleiding
Het certificaat als asbestdeskundige en het asbestattest staan los van de federale verplichtingen rond opleidingen voor de asbestverwijderaars. Meer info daarover vindt u op onze website.
De certificering als asbestdeskundige gaat om het mogen uitvoeren van asbestinventarisaties voor het asbestattest. Het asbestattest beschrijft voor een normaal gebruik van het gebouw welke materialen of gebouwonderdelen asbest bevatten, wat de staat is van het asbest en hoe het veilig kan beheerd of verwijderd worden.
De opleiding
De verplichte opleiding wordt georganiseerd door de erkende certificatie-instellingen, die daarvoor samenwerken met opleidingscentra. De regels rond de certificatie en de opvolging ervan vindt u terug op onze pagina met vakinformatie.
Ga eerst na of u beschikt over de nodige kennis om te starten aan de verplichte opleiding. Om de verplichte opleiding te kunnen volgen en te slagen in het examen beschikt u best over een goede basiskennis asbestinventarisatie.
Op de pagina ‘Opleidingscentra voor kandidaat asbestdeskundigen’ vindt u een overzicht van de opleidingscentra die een opleiding basiskennis asbestinventarisatie aanbieden. U kan op de websites van deze opleidingscentra zelf nagaan waar en wanneer zij opleidingen organiseren. Deze lijst wordt louter ter informatie gepubliceerd, de OVAM staat niet garant voor de kwaliteit of de volledigheid van de opleiding.
De verplichte opleiding duurt 3 dagen.
De duur van de vrijwillige vooropleiding basiskennis is verschillend naargelang u als kandidaat een volledige opleiding volgt dan wel slechts deelmodules. Een volledige vooropleiding duurt tussen 2 à 3 dagen. Moet u enkel een deelmodule volgen dan is de opleidingsduur beperkter.
Voor de vrijwillige vooropleiding basiskennis zullen opleidingscentra volledige modules of deelmodules organiseren. Zij bepalen hiervoor vrij de tarieven. Voor meer informatie verwijzen we door naar de websites van de opleidingscentra zelf.
De kostprijs van de verplichte opleiding wordt bepaald door de erkende certificatie-instellingen.
Dat moet u navragen bij de opleidingsinstelling zelf waar u de opleiding wil volgen. Sommige opleidingsinstellingen bieden opleidingen aan waarvoor u gebruik kan maken van de KMO-portefeuille.
Het geven van de vrijwillige vooropleiding ‘basiskennis asbestinventarisatie’ voor kandidaat asbestdeskundigen inventarisatie valt niet onder een erkenning. De vooropleiding kan dus gegeven worden door elk opleidingscentrum. Opleidingscentra die opleidingsmodules over de basiskennis asbestinventarisatie aanbieden, kunnen dit kenbaar maken bij de OVAM. Kandidaat asbestdeskundigen inventarisatie kunnen een overzicht raadplegen van deze opleidingscentra op Opleidingscentra voor kandidaat asbestdeskundigen. Deze lijst wordt louter ter informatie gepubliceerd, de OVAM staat niet garant voor de kwaliteit of de volledigheid van de opleiding.
Wij kunnen ons dus niet uitspreken over de kwaliteit van de opleiding, maar u kan zelf een aantal elementen nagaan:
- De duur van de vooropleiding is verschillend naargelang je als kandidaat een volledige opleiding volgt dan wel slechts deelmodules. Een volledige vooropleiding duurt ongeveer 2 à 3 dagen. Moet je enkel een deelmodule volgen dan is de opleidingsduur beperkter.
- Informeer naar de ervaring van de lesgever, naar de tijd die besteed wordt aan specifieke onderdelen, het maximaal aantal deelnemers tijdens de opleiding…
Het Vlarema legt op dat de asbestdeskundige inventarisatie moet beschikken over een diploma secundair onderwijs type ASO of TSO of een gelijkwaardig diploma of beschikken over minimaal twee jaar relevante beroepservaring, opgedaan in de afgelopen zes jaar. De relevante beroepservaring kunt u aantonen door een verklaring op erewoord.
Ja, elke kandidaat asbestdeskundige inventarisatie moet de verplichte opleiding volgen die georganiseerd wordt door de erkende certificatie-instelling asbest. De verplichte opleiding omvat zowel een theoretisch luik als een praktijkgedeelte. De nadruk ligt op de uitvoering van een asbestinventarisatie conform het nieuwe standaard inspectieprotocol van de OVAM en de rapportage via de webtoepassing van de OVAM. Daarnaast is er ook aandacht voor de aspecten bouwkunde, aerologie en veilige monstername.
Deze opleiding verschilt dus van de opleidingen die u gekregen heeft in het kader van uw huidige job. Ook de ervaring die u binnen die job heeft opgedaan verschilt van de kennis die u meekrijgt in de verplichte opleiding.
Elke kandidaat asbestdeskundige inventarisatie moet ook slagen in het examen dat georganiseerd zal worden door de OVAM.
Om de verplichte opleiding te volgen en te slagen in het examen beschikt u best over een basiskennis asbestinventarisatie. U beschikt hierover door feitelijke beroepservaring of door het volgen van een vrijwillige vooropleiding bij een opleidingscentrum. De OVAM publiceerde het “Overzicht basiskennis asbestinventarisatie” als richtlijn voor opleidingscentra en kandidaat asbestdeskundigen inventarisatie. U kan op basis van deze lijst nagaan of het nodig is om nog een bijkomende opleiding te volgen.
U moet net als alle andere kandidaat asbestdeskundigen een verplichte opleiding volgen en een examen afleggen. U vindt meer informatie op de pagina ‘Hoe word ik gecertificeerde asbestdeskundige inventarisatie?’
Preventie-adviseurs of milieucoördinatoren kregen vaak al een luik basiskennis asbest in hun opleidingstraject. De daarbij behandelde leerstof is echter niet altijd voldoende om te beschikken over de basiskennis. U kan voor uw niveau of situatie evalueren of uw basiskennis volledig is conform het ‘Overzicht basiskennis asbestinventarisatie’ van de OVAM. Is dit het geval dan kan u onmiddellijk deelnemen aan de verplichte opleiding en het examen om daarna uw certificaat te bekomen.
Met welke kosten dient u rekening te houden?
Voor de vrijwillige vooropleiding (basiskennis) zullen opleidingscentra volledige modules of deelmodules organiseren. Zij bepalen hiervoor vrij de tarieven. Voor meer informatie verwijzen we door naar de websites van de opleidingscentra zelf.
De kostprijs van de verplichte opleiding wordt bepaald door de erkende certificatie-instellingen.
Het examen kost in totaal € 330 excl. BTW.
Meer info vindt u op de website » ADI Asbestexamens | IBEX
Ja, u bent inderdaad verplicht om een verzekering beroepsaansprakelijkheid af te sluiten. In het certificatiereglement kan verder uitgewerkt worden waar die verzekering aan moet voldoen. Dat is op dit ogenblik echter nog niet het geval. Er wordt dus nog geen minimum te verzekeren bedrag opgelegd.
De toekomstige erkende certificatie-instellingen bepalen zelf de kostprijs. Er zal gerekend worden met een jaarlijkse bijdrage in functie van het aantal attesten dat de deskundige aflevert. In het Vlarema is daarvoor een minimumbijdrage van €15 per attest vastgelegd. Daarmee moeten de certificatie-instellingen hun algemene kosten dekken: de kosten van de controles (naast de audits), de kosten voor de ondersteuning van de helpdesk, … Daarnaast worden de audits afzonderlijk aangerekend. Tenslotte kunnen de certificatie-instellingen ook een bijdrage vragen voor de opleidingen en een eenmalige dossierkost voor het certificeren.
Kosten verbonden aan uw aansluiting bij een certificatie-instelling zijn kosten inherent aan uw algemene werking zoals ook verzekeringskosten, materieel en afval dat zijn. Deze werkingskosten verrekent u in uw tariefzetting voor de opmaak van een asbestattest maar mag u niet apart vermelden als retributiekost.
Per afgeleverd asbestattest rekent de OVAM een retributiekost aan (50 euro niet-geïndexeerd - op 3/2/2025 zal een eerste indexering plaatsvinden en verhoogt het retributiebedrag tot 59 euro). Dit is een vergoeding voor haar beheerskosten voor onder meer de asbestattesten, de IT-infrastructuur en het toezicht op het certificatiesysteem.
Deze retributiekost wordt maandelijks gefactureerd aan de asbestdeskundige voor het aantal asbestattesten die werden opgemaakt. De asbestkundige moet er dus over waken dat hij deze forfaitaire kost standaard verrekent in de factuur aan de klant.
U moet beschikken over voldoende materiaal dat u toelaat om de inspanningsverplichtingen uit het inspectieprotocol te respecteren. Het inspectieprotocol is echter nog niet vastgelegd. Bij dat materiaal horen onder meer:
- persoonlijke beschermingsmiddelen: mondmasker, tyvec, …
- afsluitbare zakjes voor de stalen en reinigingsmateriaal
- meetinstrumenten: digitale afstandsmeter of rolmeter, meetlint (diameters), vouwmeter, hoekmeter…
- materialen voor monstername: schroevendraaier, beitel, priem, pincet, tang …
- ladder tot werkhoogte van 3,5 m
- markeerstiften, spuitbus, asbestlint, asbeststickers, …
Als ADI produceert u bedrijfsafval bij het uitoefenen van uw bedrijfsactiviteiten voor het opmaken van asbestattesten: uw PBM’s, reinigingsdoeken, overschot monsters, enz. Dit betekent dat een ADI verplicht is om het afval te sorteren en gescheiden aan te bieden én een afvalstoffenregister bij te houden van de geproduceerde afvalstoffen.
In principe gaat u voor de ophaling van uw bedrijfsafval een contract moeten afsluiten met een inzamelaar (IHM’s). Inzamelaars van afvalstoffen moeten geregistreerd zijn door de OVAM. Bent u gevestigd op een bedrijventerrein dan kunt u mogelijk aansluiten op een gegroepeerd contract met de bedrijven op het terrein. U bespreekt met uw IHM hoe u uw afval gesorteerd moet aanbieden.
Team asbestafbouw
- Adres
- Stationsstraat 110
2800 Mechelen
Route en bereikbaarheid