Wat is een bodemattest en waarvoor dient het?

Welke gegevens staan op het bodemattest?

Het bodemattest vermeldt alle relevante gegevens die de OVAM over de grond kent. Het informeert de koper van een grond over de bodemkwaliteit. Voor het sluiten van een overdrachtsovereenkomst van een grond, zowel een risicogrond als een niet-risicogrond, is een bodemattest noodzakelijk.


Opbouw van het bodemattest

Op een bodemattest vindt u drie blokken:

1. Kadastrale gegevens

Hier vermeldt het bodemattest de kadastrale gegevens en het adres van de grond.
De kadastrale gegevens van de grond bestaan uit de kadastrale afdeling, sectie en perceelnummer. Het adres (straat + nr.) duidt de ligging aan. De ‘datum toestand op’ verwijst naar het moment waarop de kadastrale toestand van toepassing is/was.
Als het bodemattest gaat over een deel van een perceel of een perceel zonder perceelnummer, wordt bij de kadastrale gegevens (nummer) verwezen naar een plan in de bijlage waarop is aangeduid op welk deel de inhoud van het bodemattest betrekking heeft.

2. Inhoud van het bodemattest

Het bodemattest vermeldt of de grond wel of niet in het grondeninformatieregister is opgenomen.

2.0. Extra informatie

  • Artikel 64 Vlarebo-besluit
Als gevolg van een kadastrale wijziging kan het gebeuren dat het oriënterend bodemonderzoek, uitgevoerd op het vroegere kadastraal perceel, geen uitspraak meer doet over de bodemkwaliteit van het volledige, nieuwe kadastraal perceel. Is dit het geval, dan vermelden we dit hier op het bodemattest. Dit is van belang voor het bepalen van de geldigheid van een oriënterend bodemonderzoek voor de overdracht van een risicogrond.
Indien van toepassing wordt hier ook nog andere extra informatie vermeld.

Uitspraakzin:
  1. Door een wijziging van de perceelsgrenzen is er voor deze grond geen oriënterend bodemonderzoek beschikbaar dat een uitspraak doet over de bodemkwaliteit van de volledige grond. Aan de hand van artikel 64 Vlarebo-besluit moet voor een risicogrond worden nagegaan of een nieuw oriënterend bodemonderzoek nodig is.
  2. De oriënterende bodemonderzoeken doen samen een uitspraak over de bodemkwaliteit van de volledige grond. Aan de hand van artikel 64 Vlarebo-besluit moet voor een risicogrond worden nagegaan of een nieuw oriënterend bodemonderzoek nodig is. 
  3. Het oriënterend bodemonderzoek van xx.xx.xxx is het meest recente oriënterend bodemonderzoek dat een uitspraak doet over de bodemkwaliteit van de volledige grond. Aan de hand van artikel 64 Vlarebo-besluit moet voor een risicogrond worden nagegaan of een nieuw oriënterend bodemonderzoek nodig is.
Dit betekent:
  1. Als gevolg van een kadastrale wijziging kan het gebeuren dat het oriënterend bodemonderzoek, uitgevoerd op het vroegere kadastraal perceel, geen uitspraak meer doet over de bodemkwaliteit van het volledige, nieuwe kadastraal perceel. Is dit het geval, dan vermelden we dit hier op het bodemattest 
  2. Dit is van belang voor het bepalen van de geldigheid van een oriënterend bodemonderzoek voor de overdracht van een risicogrond. Indien de uitspraak over de bodemkwaliteit van het volledige perceel gebeurt op basis van verschillende oriënterende bodemonderzoeken wordt dit vermeld.
  3. Indien het oriënterend bodemonderzoek dat een uitspraak doet over de bodemkwaliteit van het volledige perceel maar dit is niet het meest recente, dan wordt dit ook vermeld.
  • Deel van een kadastraal perceel
Uitspraakzin:
        'Voor een overdracht moet voldaan zijn aan de 'Richtlijnen overdracht delen van kadastrale percelen.'
Dit betekent: 
        Wanneer het bodemattest gaat over een deel van een kadastraal perceel wordt op het bodemattest                  vermeld dat voor een overdracht er moet voldaan zijn aan de 'Richtlijnen overdracht delen van                          kadastrale  percelen.'
Indien de vzw Promaz voor deze grond een aanvraag tot tussenkomst volledig en ontvankelijk verklaarde, dan wordt dit op het bodemattest vermeld. Meer informatie hierover vindt u hier.

Ook interessant voor u

2.1. Informatie uit de gemeentelijke inventaris

Het bodemattest vermeldt of de OVAM over de grond informatie heeft uit de gemeentelijke inventaris. De gemeentelijke inventaris bevat gronden waarop een risico-inrichting aanwezig is of was (= risicogrond) of een hinderlijke inrichting met inventarisatieplicht. Elke gemeente beheert de gemeentelijke inventaris voor de risicogronden die op haar grondgebied gelegen zijn.

Geen informatie beschikbaar

Op het bodemattest
“De OVAM heeft geen aanwijzingen dat de grond een risicogrond is”.
Dit betekent
De grond is niet opgenomen in het grondeninformatieregister. De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris.

”De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris”.
De grond is opgenomen in het grondeninformatieregister maar de OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris.

“Volgens gemeentelijke informatie waren tot dd.mm.jjjj geen risico-inrichtingen aanwezig op deze grond. De OVAM heeft sindsdien geen aanwijzingen dat deze grond een risicogrond is”.
Het perceel is opgenomen in het grondeninformatieregister en de gemeente heeft bevestigd dat er op de grond tot een bepaalde datum geen risico-inrichtingen aanwezig waren.

“De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris. Informatie bij de OVAM toont aan dat op deze grond mogelijk een risico-inrichting aanwezig was.“

“De OVAM heeft voor deze grond geen gegevens uit de gemeentelijke inventaris. Informatie bij de OVAM toont aan dat op deze grond mogelijk een hinderlijke inrichting aanwezig was met inventarisatieplicht”.
In sommige gevallen is een grond niet opgenomen in de gemeentelijke inventaris maar beschikt de OVAM over informatie die aantoont dat op deze grond mogelijk een risico-inrichting of een hinderlijke inrichting met inventarisatieplicht aanwezig was.

Bij de gemeente is steeds na te vragen of er gegevens beschikbaar zijn om uit te sluiten of het geen risicogrond is.

Grond is een risicogrond

“Gemeentelijke informatie toont aan dat op deze grond een risico-inrichting aanwezig is of was. Bijgevolg is deze grond een risicogrond”.
Het perceel is opgenomen als risicogrond in de gemeentelijke inventaris en dit werd uitgewisseld met de OVAM.

In dit geval is bij overdracht een oriënterend bodemonderzoek verplicht.
Indien de OVAM over andere informatie beschikt waaruit blijkt dat de grond een risicogrond kan zijn (vb. via inventarisatiestudies), wordt op het bodemattest vermeld dat er op deze grond mogelijk een risico-inrichting aanwezig was.

Grond met inventarisatieplicht

“Deze grond is opgenomen in de gemeentelijke inventaris. Gemeentelijke informatie toont aan dat op deze grond een hinderlijke inrichting met inventarisatieplicht aanwezig was. Wegens de stopzetting van de activiteiten voor 11.02.1946 is de grond evenwel geen risicogrond.”
Een inrichting  waarvan de sluiting dateert van vóór 11 februari 1946 wordt niet beschouwd als risico-inrichting! Maar de gronden waarop uitsluitend een activiteit werd uitgeoefend ingedeeld onder VLAREBO-categorie 'I' moeten wel worden opgenomen in de gemeentelijke inventaris. Zo wordt een gasfabriek, waarvan de inrichting is gestopt voor 11 februari 1946, niet aanzien als een risico-inrichting. De gemeente zal deze grond wel opnemen in de gemeentelijke inventaris, omdat deze activiteit valt onder de categorie 'I'.

In dit geval is geen oriënterend bodemonderzoek nodig in kader van een overdracht. De OVAM kan vervolgens, op basis van een prioriteitsbepaling en binnen de beschikbare middelen, via een programmatorische aanpak de nodige bodemonderzoeken en de eventuele noodzakelijke maatregelen uitvoeren op deze gronden.

“Informatie bij de OVAM toont aan dat op deze grond mogelijk een risico-inrichting aanwezig is of was. Gemeentelijke informatie toont aan dat op deze grond eveneens een hinderlijke inrichting aanwezig was, gestopt voor 11.02.1946. Bijgevolg is deze grond opgenomen in de gemeentelijke inventaris.”
Bij de OVAM is ook nog andere informatie dat er op de grond mogelijk een risico-inrichting aanwezig is of was.

Ook in het geval van een bodemattest met enkel vermelding van een inventarisplicht moet bij de gemeente worden nagegaan of er bijkomende gegevens van risicogronden beschikbaar zijn.

Deel van een perceel

Indien het bodemattest handelt over een deel van een perceel, gaat de informatie op het bodemattest onder het luik 'gemeentelijke inventaris' nog steeds over de informatie voor het volledige perceel. De uitspraak over een risicogrond is een uitspraak op perceelsniveau.
 

Ook interessant voor u

2.2. Uitspraak over de bodemkwaliteit

Op basis van de onderzoeken en documenten die opgenomen zijn in het grondeninformatieregister, doet de OVAM uitspraak of er op de grond nog verdere maatregelen moeten worden uitgevoerd. Met 'verdere maatregelen' bedoelt de OVAM het uitvoeren van verder bodemonderzoek of bodemsanering.
Opgelet! Voorgaande doet geen uitspraak over de onderzoeksplicht bij een overdracht of bij sluiting van een risico-grond. Het geeft enkel aan of er op basis van de informatie in het grondeninformatieregister al of niet verdere maatregelen nodig zijn.
Per aard van de verontreiniging (historisch, nieuw, gemengd overwegend nieuwe, gemengd overwegend historische) of bij extra informatie, wordt het meest recente of belangrijkste besluit weergegeven dat betrekking heeft op de grond. De uitspraak vermeldt of er verder onderzoek moet gebeuren of een sanering moet worden opgestart. De OVAM vermeldt ook wanneer zij niet over voldoende informatie beschikt om na te gaan of verdere maatregelen noodzakelijk zijn op de grond.
Indien de grond niet in het grondeninformatieregister is opgenomen, vermeldt het bodemattest dat er geen aanwijzingen zijn bij de OVAM dat op de grond een bodemverontreiniging voorkomt.

Ook interessant voor u

2.3. Bijkomende adviezen en/of bepalingen (indien van toepassing)

Zijn er bijkomende adviezen en/of bepalingen van toepassing op de grond, dan worden deze op het bodemattest vermeld.
Gebruiksadviezen
 geven advies over het mogelijke gebruik van een grond met bodemverontreiniging. Gebruiksadviezen worden op het bodemattest vermeld zodat de (toekomstige) eigenaar of gebruiker van een grond gesensibiliseerd en bewust gemaakt wordt van de mogelijke impact van de bodemverontreiniging.
Meer informatie over gebruiksadviezen 
Meer informatie over grondverzet
Andere bepalingen die op het bodemattest kunnen worden vermeld, zijn veiligheidsmaatregelen, voorzorgsmaatregelen, gebruiksbeperkingen en bestemmingsbeperkingen.

2.4. Asbestgerelateerde bodeminformatie (indien van toepassing)

Vanaf 1 april 2019 moet de bodemsaneringsdeskundige in het oriënterend bodemonderzoek uitspraak doen over het asbestverdacht karakter van de onderzoekslocatie. Aan de hand van een stappenplan doorloopt de bodemsaneringsdeskundige een aantal stappen om het asbestverdachte karakter en de aanwezigheid van asbest te bevestigen of te weerleggen.
Als een asbesthoudend dak- en/of gevelbekleding aanwezig is die aanleiding kan geven tot nieuwe bodemverontreiniging met asbest of als er een puinlaag aanwezig is die asbestverdacht is, vermeldt het bodemattest dit.

Ook interessant voor u

2.5. Documenten over de bodemkwaliteit

Hier vindt u een overzicht van de documenten waarop de OVAM zich baseert om een uitspraak te doen over de bodemkwaliteit. U kunt deze documenten digitaal opvragen of bij de OVAM komen inkijken. Lees hier hoe u dit doet.

3. Opmerkingen

De opmerkingen op het bodemattest beschouwen we niet als eigenlijke inhoud van het bodemattest. Hun opname in de compromis/akte is dan ook niet noodzakelijk.

Aandachtspunten

Wanneer verstuurt de OVAM ambtshalve een bodemattest?

Bij de eerste opname van een grond in het grondeninformatieregister levert de OVAM ambtshalve een bodemattest af aan:
  • de eigenaar en de gebruiker van de grond en de exploitant op de grond, voor zover deze door de OVAM gekend zijn;
  • de gemeente van de plaats waar de grond gelegen is.
De OVAM levert ambtshalve geen bodemattest af als een grond louter vanwege informatie uit de gemeentelijke inventaris van risicogronden in het grondeninformatieregister wordt opgenomen.
De OVAM levert ook op aanvraag een bodemattest af.

Welke referentie vermeldt u als u contact opneemt met de OVAM?

U vindt bij ‘ons kenmerk’ het bodemattestnummer, bij 'aanvraagnummer' het aanvraagnummer van het bodemattest en/of bij 'dossiernummer' het dossiernummer indien er op het perceel reeds onderzoeken werden uitgevoerd. Vermeld één van deze referenties als u contact opneemt met de OVAM.

Welke info staat niet op het bodemattest?

Het bodemattest vermeldt geen gegevens van de eigenaars en gebruikers. Ook niet of er een financiële zekerheid of eenzijdige verbintenis werd aangegaan of dat de betrokkene vrijstelling van onderzoeksplicht of saneringsplicht heeft bekomen. Vraag deze documenten op bij uw opdrachtgever of bezorg ze aan de notaris.

Maatregelen opgelegd of van toepassing buiten het kader van het Bodemdecreet worden niet vermeld op het bodemattest. Hiervoor kunt u best contact opnemen met uw lokaal bestuur.

Welke impact heeft een kadastrale wijziging van een perceel op de inhoud van het bodemattest?

De impact van een kadastrale wijziging op een perceel dat opgenomen is in het grondeninformatieregister en op de inhoud van het bodemattest ervan, leest u hier.

Bruikbaarheid van het bodemattest

Team klantenbeheer - bodem